Soft and warm alpaca wool clothing❤️ 2 days DHL delivery + Free shipping How to buy: ⬇️⬇️⬇️ Online WWW.INCADREAM.NL

donderdag 17 maart 2011

Verwerkingsproces alpacawol

Description of Processes 1. Raw material selection The alpaca and llama breeders (who are based in different zones of the Peru Highlands) bring their varying classes of fibre to out warehouses in Lima. 2. Fibre sorting The alpaca and llama fleeces are first graded and then sorted for fineness and colour. This operation is carried out by ladies whose skills of selection have been handed down from generation to generation. Texture Quality: Baby, Superfine, Adult, Coarse Microns: (21 - 22) (24 - 25.5) (27 - 28,5) (30 - 33,0) Colour Selection: White, Cream, Black, Brown, Grey and derivative colours a total of 16 natural colours. 3. Scouring. The wool (fibre) scouring operation has the objective of removing the natural grease and any extraneous dust that the fleeces collect. The wool scouring is carried out on the a large industrial machine containing 5 separate washing bowls using clean warn water and bio-degradable. Detergent leaving the fibre clean and containing no more then 0.5% of it’s natural lanolin. 4. Carding and Combing. The carding process removes a percentage of the vegetable matter and coarse hair and presents the raw material in a continuous sliver. The material is a then combed on rectilinear combs where the short fibres and the remaining vegetable matter is removed. The resultant sliver is then passed through a series of gilling operations designed to aligns the fibres and make the sliver more regular. Designed to aligns the individual fibres and make the sliver more regular in preparation for the spinning operation. 5. Yearn Processing. The final product of the carding and combing operation universally know as ball tops are passed through a further series of gilling passages designed to reduce the weight of the sliver and present it in a desirable state for the yarn spinning process. This is done on the spinning frames where the sliver is reduced to its required thick ness and twisted to give the yarn strength and durability. We produces a range of yarns from 6 to 30 NM and these yarns are flyed to give the yarn further strength and durability consistent with the requirements of the client. 6. The dyeing process. Though alpaca and llama fibre comes in a rich palette of natural shades, in order to satisfy the international fashion markets we have to dye a wide range of colours. The yarns dyeing is carried out in a pressurised vessel using Eco-friendly dyestuffs which are approved for garment manufacture.

donderdag 25 november 2010

Alpacahof- Alpaca Wol

De vacht van alpaca's is van een hoogwaardige wolsoort die sterker, warmer en lichter is dan de wol van schapen en het is ook nog eens hypo-allergenisch. De vezelstructuur is zowel zeldzaam als superfijn en de zachtheid is te vergelijken met kasjmierwol. Alpacawol is er in 22 natuurlijke tinten met wel 200 schakeringen waardoor het verven in bepaalde kleuren vaak niet eens nodig is en het gebruik van scherpe chemicaliën achterwege kan blijven. De ruwe wol is vrij van lanoline waardoor de verwerking relatief eenvoudig is. Sf en Pf haarfollikels De foetes heeft primaire follikels (Pf) over de gehele huid. Bij de geboorte bestaat het grootste gedeelte van de vacht uit primaire follikels, die dikke vezels geven. Vlak na de geboorte ontwikkelen zich secundaire follikels (Sf) rond de primaire follikels. Later ontstaan uit de primaire follikels zogenaamde gemedulleerde (medulla = merg) vezels. Dit zijn ongewenste, stugge vezels die moeilijk te verwerken zijn. Gedurende de eerste maanden komen er steeds meer vezels uit secundaire follikels bij; dit zijn dunnere vezels. Na ongeveer de vierde maand bestaat de vacht voornamelijk uit dunne vezels uit de secundaire follikels. Na de achtste maand worden de vezels dikker (zie MFD). De Sf : Pf is de verhouding tussen secundaire en primaire haarfollikels. Bij de alpaca is deze gemiddeld 7:2. Soft rolling skin Wanneer een alpaca een losse huid heeft, de zogenaamde "soft rolling skin", dan heeft de vacht de volgende kwaliteiten en voordelen. - Groter huidoppervak betekent een zwaardere vacht. - Hoge dichtheid van secundaire follikels betekent een fijne zachte wol, hoge opbrengst en een betere lengte van de lok. - Vezels van gelijke grootte geeft een zachtere wol. - Betere elasticiteit van de vezels geeft een betere krulling. - Cilindervormige vezels bevorderen zachtheid en glans. Vacht van oudere dieren - Kwaliteit neemt af. - Gewicht van vacht wordt minder. - De groei gaat langzamer waardoor vezellengte korter is. - Percentage gemedulleerde vezels stijgt. MFD De medium fiber diameter (MFD), gemiddelde vezeldiameter stijgt vanaf de achtste levensmaand. In de eerste drie jaar stijgt de MFD met 2 á 3 micrometer (=1/1000 cm) per jaar. Na drie jaar neemt de groei van de vacht af. Vanaf drie jaar blijft de dikte gelijk, maar stijgt het aantal gemedulleerde vezels. Wol gewicht Drie kilo per vacht is een vrij normale opbrengst. De dikte van de haren wordt weergegeven in microns. - Alpaca heeft wol met een dikte tussen de 15 en 40 micron. De dikte is verder afhankelijk van aanleg en leeftijd. - Vicuna heeft de dunste vezel; tussen de 10-15 micron. De opbrengst is slechts 0,5 kilo per vacht. Wolkwaliteit en erfelijkheid De kwaliteit van de wol is niet alleen afhankelijk van omgevingsfactoren, maar eerder sterk genetisch bepaald. Het is daarom interessant de wolkwaliteit van de ouders of nog beter de grootouders te kennen. Een dier van twee jaar oud met maar 15 micron kan op zijn vijfde jaar een heel ander percentage vezels met een lage micronwaarde vertonen. Je kunt dit van te voren "weten" wanneer de gegevens van de voorouders bekend zijn. Crimp (rimpeling of golfjes) De meningen over het voordeel van een mooie crimp van de wol zijn verdeeld. Hoe belangrijk is het? Eric Hoffman vindt het een onbelangrijke eigenschap en zegt dat het in de wol-verwerking geen verschil maakt. De crimp zou niets uit te staan hebben met de fijnheid van de wol. Dr. Julio Sumar, een zeer vooraanstaand keurmeester uit Peru, meent juist dat crimp bij de Huacaya gewenst is omdat het de fijnheid van de vezels aangeeft. Onderzoek door Alpaca World Magazine (UK) heeft uitgewezen dat 'hoge crimp wol' in de Peruaanse wolindustrie hoog gewaardeerd wordt en daarom apart verwerkt wordt (AWM herfst 2004, blz.42). Scheren van de wol Scheren gebeurt in het voorjaar. Voor het scheren wordt er niet gewassen of geborsteld. Men kan oppervlakkig vuil er met de hand afkloppen, strootjes wegplukken en met een luchtspuit op de compressor de vacht schoonblazen. Omdat de wol van alpaca's langzaam groeit is het verstandig om ze niet te kaal te scheren. Het wordt aangeraden ongeveer een centimeter wol te laten zitten met bovenop het hoofd een 'petje' als bescherming tegen weersinvoeden zoals de UV-stralen van de zon. Het scheren begint op de ruglijn en daarna parallel langs de ruglijn over de flanken naar beneden. Probeer de wol meteen op een lengte te scheren. Hoe langer de wol, des te gemakkelijker is die te verwerken. Allemaal korte eindjes zijn niets waard. De mooiste wol komt van de rug naar de flanken toe en van de schouders; leg deze daarom meteen apart. De tweede kwaliteit wol komt van de nek en tenslotte, als minste kwaliteit, de wol aan de buik, de bovenbenen en de onderbenen. De wol aan de nek is korter en groeit langzamer dan de rest, vandaar dat je vaak ziet dat bij het scheren aan de nekpartij wat meer wol blijft zitten. Aan het staartje laat men meestal ook de wol staan. Alpaca's zijn gevoelige dieren en het scheren kan een ervaring zijn die heel beangstigend voor ze is. Alleen al het vreemde geluid van een electrisch apparaat is doodeng. Zorg in ieder geval dat de omgeving rustig is; dus liever geen vreemde toeschouwers, gillende kinderen of blaffende honden. Sommige mensen geven hun dieren voor het scheren een kalmeringsmiddel terwijl anderen er de voorkeur aangeven de poten vast te binden. Na het vastleggen van alle vier de poten gaat het dier liggen, waarna het van de ene zijde op de andere kan worden gerold. Deze vrij eenvoudige scheerklus kan door twee mensen worden uitgevoerd. Het prettigst voor het dier is dat het gewoon rechtopstaand geschoren wordt, terwijl het aan het hoofdstel wordt vasthouden. Hiervoor moet het dier geleerd hebben, aangeraakt te worden. Dit houdt een regelmatige training in waarbij alle delen van het lijf worden aangeraakt, zonder dat het dier overstuur raakt. Als het dier eenmaal heeft ervaren hoe prettig het voelt zonder jas, zal het zich de volgende keer gemakkelijker laten hanteren. Wol spinnen Alpacawol is zacht, sterk, licht en warm. Nadat de alpaca’s geschoren zijn, heb je dus het neusje van de zalm in huis! Omdat alpacawol fijner van structuur en minder vet dan schapenwol is, blijft er doorgaans weinig vuil in de vacht hangen. Voordat je de wol gaat kaarden, kun je de vacht uitkloppen en met de hand de grootste ongerechtigheden verwijderen. Sommige spinners geven er de voorkeur aan de vacht eerst te wassen alvorens die te gaan spinnen. Dit is niet verkeerd en je zou het kunnen uitproberen om te zien wat voor jou het prettigst werkt. Met alpacawol kun je een hele dunne draad spinnen en dat is plezierig omdat alpacawol flink isoleert. Een dunne trui van alpacawol geeft namelijk net zoveel warmte als een dikke schapenwollen trui. Omdat alpaca’s in wel meer dat twintig natuurlijke kleuren voorkomen, kun je het verven eventueel achterwege laten. Vacht wassen Wil je toch de vacht wassen voordat die gesponnen wordt, dan kun je dat als volgt doen. Weeg een hoeveelheid vacht af die je denkt nodig te hebben voor je project, plus 100 gram extra om het verlies van haren en vuil te compenseren. Voor het wassen van een vacht kun je een rechthoekige bak gebruiken, een kinderbadje of de badkuip. Emmers zijn minder geschikt omdat daarin de vacht in de war kan raken. De vacht moet gewoon lekker ruim in het water kunnen liggen. Vul de bak met warm water van ongeveer 60 graden (dus net te heet voor je handen) en voeg een flinke scheut zacht (vloeibaar) wasmiddel toe, roer dit met een pollepel door het water zodat het goed oplost. Te veel wasmiddel is minder erg dan te weinig. Leg nu de vacht op het water en duw deze rustig onder. Blijf duwen tot de vacht onder water blijft liggen en laat het zo staan. Niet kneden of meteen al het water willen verschonen want door al dat gekneed en geknijp kan de wol gaan vervilten. Na 24 uur schuif je de vacht naar de rand om te kijken hoe vuil het water is; eventueel kun je het nog eens een paar nachten langer laten staan. Uitspoelen. Leg een paar schone oude handdoeken neer. Druk de vacht weer tegen de rand van je wasbak, til het uit het water en leg het op de handdoek. Neem nu schoon handwarm water en leg de vacht er opnieuw in, herhaal dit een paar keer tot het water geen kleur meer heeft. Nu de vacht schoon is, leg je die op een schone badhanddoek. Je rolt het geheel op en drukt voorzichtig het water eruit. Neem opnieuw een droge handdoek en spreidt hier de gewassen vacht op uit om verder te laten drogen. Hierna geduldig afwachten! Gebruik geen wasverzachter als je van plan bent de wol later nog te gaan verven. Voor het wassen van schapenwol gelden met betrekking tot de watertemperatuur andere regels. Machinaal spinnen De meeste wolfabrieken zijn ingesteld op het verwerken van schapenwol. Om alpacawol te kunnen spinnen zouden de machines moeten worden aangepast. Maar omdat dit geen kwestie is van "even een knopje omzetten" zullen de meeste fabrieken geen kleine hoeveelheden alpacawol willen afnemen. Uiteraard zijn er in Europa gespecialiseerde fabrieken die dat wel kunnen, je wordt dan geacht flink wat kilo’s wol aan te leveren. Spincursus Zelf spinnen is natuurlijk het leukste en het is een hobby die weer helemaal terug komt. Als je nog nooit hebt gesponnen, kun je daarin een korte cursus volgen. Meestal leer je dan ook werken op verschillende soorten spinnewielen zodat je meteen leert wat er op de markt is. Kijk eens op de website van De Spinkamer. Nieuwe spinnewielen zijn niet goedkoop maar er is een levendige handel in gebruikte en betaalbare wielen op het internet te vinden. Bekende merken zijn de Nederlandse Louët en de Nieuw Zeelandse Ashford. Of kijk bij de Wolboerderij "Blij Bezuiden". Voor informatie over spincursussen en nog veel meer spinnieuws kun je kijken op de site van de Landelijke Spingroep De Kamelenfamilie Tot deze familie behoren de Kamelen van de Oude Wereld en de Lama's van de Nieuwe Wereld, samengebracht in één familie de Camelidae (kameelachtigen). Er zijn van deze evenhoevige zoogdieren nu nog zes levende soorten bekend. Van groot naar klein zijn dat: Grote cameliden van de Oude Wereld: gewicht in kilo hoogte in cm 1 Kameel - camelus bactrianus met twee vetbulten 450 - 700 180 - 250 2 Dromedaris - camelus dromedarius met een bult 450 - 500 200 - 230 Kleine cameliden van de Nieuwe Wereld: gewicht in kilo hoogte in cm 3 Lama - lama glama 90 - 160 150 4 Guanaco - lama guanicoe 80 - 120 125 5 Alpaca - vicugna pacos 45 - 80 100 6 Vicugna - vicugna vicugna 30 - 40 90 Al deze soorten hebben hetzelfde aantal chromosomen en zijn daardoor met elkaar te kruisen. De nakomelingen onderling zijn eveneens vruchtbaar. Verdere overeenkomsten zijn de lange nek, een naar verhouding klein hoofd, een gespleten bovenlip, het herkauwen van voedsel (drie magen) en de telgang. Ook delen ze de karakteristieke maar beruchte eigenschap om te spugen. Prehistorie en evolutie De oervorm van de kamelenfamilie begint zo'n 40 miljoen jaar geleden in Noord-Amerika. Uit bestudering van fossielen blijkt dat de eerste camelidae betrekkelijk klein waren, de Centicamelus (Lat. centi = 100) was niet groter dan een meter. Maar er zijn uiteindelijk wel vijftig soorten van camelidaefossielen gevonden waarvan de grootste, de Aepycamelus (Gr. aipus = hoog), ruim 5 meter was. Hoewel de kamelen beschouwd worden als Oude Wereld dieren, hebben zij het grootste deel van hun evolutie doorgemaakt in Noord-Amerika. Daar ontwikkelden zij zich en ontstonden er nieuwe variaties van wilde kameelachtigen. Hemiauchenia macrocephala Gedurende de ijstijd, ongeveer 3 miljoen jaar geleden, migreerden veel dieren naar voor hen betere leefgebieden. Een van deze wilde kameelachtigen, de Hemiauchenia (Lat. hemi = half, 190 cm hoog, circa 90 kg, herbivoor), trok van Noord-Amerika naar Zuid-Amerika. Daar verspreidden ze zich over de uitgestrekte boomloze hoogvlakten ten oosten van het Andesgebergte in Bolivia en in een deel van Argentinië. De Hemiauchenia was langbenig en had een lange nek. Het werd de eerste soort van de kamelenfamilie in (Zuid-Amerika) die later over het gehele Andesgebied te vinden was. In diezelfde tijd migreerde een andere tak van deze kamelenfamilie, via de Beringstraat naar Azië. Dit type heeft uiteindelijk aan die wieg van de huidige Dromedaris van Afrika en de Kameel van Azië gestaan. Paleolama en de Lama Na een miljoen jaar ontstonden naast de Hemiauchenia twee nieuwe geslachten n.l. de Paleolama (Paleo = oud/oorsprong, 180 cm hoog, circa 60 kilo, herbivoor) en de Lama. Deze twee hadden zich aangepast aan het bergleven met wat kortere benen en een gebit dat beter was afgestemd op het soort voedsel. De Paleolama trok langs de westkust van Zuid-Amerika omhoog, over de landengte bij de Golf van Panama, naar Mexico richting Texas, Louisiana, Missisippi en Florida. In november 2005 hebben Zwitserse archeologen in Syrië botten van een uitgestorven reuzenkameel ontdekt. Het tot nu toe onbekende dier, dat ongeveer 100.000 jaar geleden leefde, was bijna net zo groot als een giraf. De beenderen hebben bijna de dubbele omvang van de botten van een normale kameel, maakten de wetenschappers bekend. Uit de vondsten menen de onderzoekers te kunnen afleiden dat de reuzenkameel één bult had, dus een dromedaris was. Tot nu toe nam de wetenschap aan dat de dromedaris zich uit de tweebultige kameel ontwikkelde. Mogelijk is deze theorie na de vondst in Syrië aan herziening toe, stellen de Zwitsers. Guanacoe en de Vicugna Veel grote zoogdieren waaronder de Hemiauchenia en de Paleolama, met nog een aantal aanverwante soorten die in Noord-Amerika leefden, zijn ongeveer 11.000 jaar geleden uitgestorven. De enige wilde soorten die overleefden waren de in Zuid-Amerika levende Guanacoe en de Vicugna. Later, zo'n 5000 jaar geleden, verschijnen er ook de gedomesticeerde soorten zoals de Lama en de Alpaca. Gedurende 2 á 3000 jaar waren het culturen zoals de Chavin, Nazca en de Huari die alpaca's fokten en de wol verwerkten tot prachtig gekleurde stoffen. Hoewel de Vicugna nog steeds als wilde soort bestaat, werd de Guanaco al snel door de Zuid- Amerikanen gedomesticeerd. Het staat vast dat er reeds 6 á 7000 geleden grote Guanacokuddes bestonden. De geschiedenis na 1536 In plaats van natuurgeweld zorgden nu de Spaanse veroveringen van 1536 voor grote veranderingen in Zuid-Amerika. Het Incarijk viel uiteen en er heerste chaos. Door onwetendheid, geloofstrijd en kolonisatie vernielden de Spanjaarden eeuwenoude beschavingen en zorgden voor het verdwijnen van hele bevolkingsgroepen en hun waardevolle dieren. De ziekte Scabies (Schurft) werd eveneens door de Spanjaarden meegenomen waardoor in 1544 een derde deel van de lama- en guanacopopulatie stierf. Later werden ook vicugna's en alpaca's het slachtoffer. Alpaca's en lama's werden afgedaan als inheemse schapensoorten waarbij de lama werd gebruikt als pakezel. Ook de kennis van de alpacafokkerij ging hiemee verloren en binnen 100 jaar was 90% van de alpaca's en lama's verdwenen, alsmede 80% van de plaatselijke bevolking. Ruim twee eeuwen later werd de schoonheid en veerkracht van de alpacawol herontdekt en wekte daarmee wederom de interesse van de rest van de wereld. Wetenschappers moesten opnieuw een onderscheid zien te maken tussen de soorten kleine cameliden die men in Zuid-Amerika aantrof. De wilde vormen zijn de guanaco en de vicugna, de gedomesticeerde zijn de lama en de alpaca. Om uit te maken of de één wellicht van de ander afstamt is nog meer wetenschappelijk onderzoek nodig. Heden Tegenwoordig zijn de alpacahouderijen geconcentreerd in het hooggebergte van Zuid-Peru, Bolivia en Chili waar de leefomstandigheden zwaar zijn. Alpaca's in die gebieden staan niet alleen bloot aan zeer koude nachten met overdag een brandende zon, maar hebben zelden toegang tot moderne faciliteiten. In Zuid-Amerika en Peru leven nu nog zo'n 2,5 miljoen alpaca's, in Bolivia zijn er nog circa 500.000 geteld, in Chili en Argentinië echter zouden er nog maar 50.000 zijn. In 1984 importeerden Canada en Noord-Amerika hun eerste alpaca's. Momenteel zijn er meer dan 67.000 geregistreerde alpaca's in Noort Amerika. In 1989 volgden Australië en Nieuw Zeeland met de import van deze bijzondere diersoort. Het relatief mildere klimaat in deze streken en de hogere standaard van de veehouderij werkten positief voor de alpaca's. In 2001 werden in Australië al 40.000 alpaca's geteld en hun aantallen nemen sindsdien verder toe. In het Verenigd Koningrijk zijn er ongeveer 9000. Duitsland begon in 1994 met het importeren van alpaca's en in 2002 waren zo’n 1000 dieren geregistreerd. Individuele eigenschappen kleine cameliden Guanaco Guanaco's zijn wilde dieren. Eens zwierven ze rond in kuddes over de gehele Andes van woestijnachtig terrein tot op grote hoogte langs de westkust van Zuid-Amerika. Momenteel worden ze enkel nog aangetroffen aan de Zuid-Andes, Patagonië (dit zijn de zuidelijke helften van Chili en Argentinië. De guanaco's worden intensief bejaagd ten behoeve van de handel in huiden en het vlees wordt gegeten. Hun voortbestaan wordt dan ook ernstig bedreigd. Vacht: de kleur is altijd bruin met een zwart of grijs hoofd en een duidelijk gemarkeerde wit/grijze onderkant. De guanaco verliest een deel van de vacht tijdens het verharen hetgeen betekent dat ze elk jaar geschoren moeten worden om een te groot verlies van wol te voorkomen. Tanden: evenals bij de lama zijn de snijtanden geheel met glazuur bedekt. Lama Door bestudering van fossielen heeft men vastgesteld dat de lama waarschijnlijk afstamt van de guanaco. De skeletten en tanden vertonen zeer veel gelijkenis. Er zijn twee type lama's, de lanuda (het niet wollige type) en de pelada, een wollig type. De lanuda komt het meest voor en wordt in het hooggebergte gebruikt als lastdier. Ze kunnen lasten van 40 - 50 kilo dagelijks over afstanden tot 20 kilometer transporteren. Er bestaan geen wilde lama's meer. Vacht: kleur verschilt; lama's verliezen een deel van hun vacht tijdens het verharen. Dit betekent dat ze elk jaar geschoren moeten worden om een te groot verlies van wol te voorkomen. Tanden: evenals bij de guanaco zijn de snijtanden geheel met glazuur bedekt. Vicugna De vicugna is de meest gracieuze van de kamelenfamilie die meestal te vinden is op hoogten tussen de vier- en vijfduizend meter (ruim boven de boomgrens) van het Andesgebergte. Dit maakt de jacht op deze dieren extra lastig. Ze wegen tussen de 30 en 40 kilo en zijn slechts 90 cm hoog. Vacht: de vicugnawol is de fijnste ter wereld (10 - 15 microns dun). Het dier verliest een deel van de vacht tijdens het verharen waardoor ze elk jaar geschoren moeten worden. Wilde kuddes werden in de Inca-tijd dikwijls in kralen samengedreven en na het scheren weer losgelaten. De vacht is kaneelkleurig, witte buik en een licht gekleurd hoofd. Er bestaat een ondersoort van de vicugna, de vicugna mensalis, die een langharig borstgedeelte heeft. Tanden: aan de snijtanden zit geen glazuur aan de tongkant en de tanden groeien constant door. Alpaca Als men op de tanden afgaat, zou de alpaca afstammen van de vicugna, maar hierover zijn de wetenschappers het niet eens. De bottenstructuur is ook zeer vergelijkbaar met de vicugna uit het noorden, maar de wol is langer dan bij de vicugna's. Alpaca's en vicugna's hebben dezelfde speervormige korte oren met puntige uiteinden. Vacht: de kleuren zijn divers; meerkleurige dieren zijn echter minder gewild. Alpaca's verharen praktisch niet en hun haar groeit continue door. Ze moeten minimaal om het jaar geschoren worden. Tanden: aan de snijtanden zit, evenals bij de vicugna, aan de tongkant van de tanden geen glazuur en deze tanden groeien ook constant door. Soms is het noodzakelijk ze af te slijpen. Hybriden Doordat de gehele kamelenfamilie onderling met elkaar te kruisen is, wordt het herkennen van een raszuiver dier er niet eenvoudiger op. Een kruising zoals tussen een alpaca met een lama, vicugna of een guanaco, wordt een hybride genoemd. Een eerste generatie van een hybride-alpaca kan de wenselijke eigenschappen bezitten, bewezen is echter dat de nazaten van deze dieren die weer niet hebben. Het is daarom beter niet aan kruisingen te beginnen. Een kruising tussen een kameel en een dromedaris levert een dier op met slechts één bult met een kleine inkeping op de top. Kruisingen tussen een dromedaris en een guanaco worden "cama" genoemd. Een type dat in de Verenigde Arabische Emiraten gefokt wordt en die overeenkomt met hun gezamenlijke voorouders. Kruisingen van lama's en alpaca's hebben de 'huarizo' opgeleverd. Dit type dier komt vooral in Zuid-Amerika regelmatig voor. De groei en vleesproductie van deze kruising is minder dan die van de lama. Ze zien er vaak ongeproportioneerd uit en hebben soms korte benen. De wol heeft niet de kwaliteit van alpacawol. Een kruising tussen de twee kleinsten, een alpaca en een vicugna, heet een 'paco vicugna'. Dit zijn dieren met een tussenliggend formaat, kleur en bouw. De wol heeft de vicugna kwaliteit maar groeit langzamer dan alpacawol. Het is niet zo eenvoudig om een vicugna te kruisen met een van de andere lama-achtigen. Een vicugnahengst zal van kleins af aan met b.v. een alpaca of lama moeten zijn opgegroeid, wil hij dekken Helaas erven hun nakomelingen het wilde temperament van de vicugna waardoor het meestal moeilijk te hanteren of gevaarlijke dieren worden. Toch worden er nog steeds pogingen gedaan om een vriendelijk alpacatype te fokken met wol van gewilde vicugnakwaliteit. Meer info op www.vicunaregistry.com. Kruisingen tussen de grootste en de kleinste, lama en de vicugna. Ook dit zijn dieren met een tussenliggend formaat, kleur en bouw. De wolkwaliteit is die van de vicugna en ze produceren zelfs twee keer zoveel van deze prachtige wol. De dieren blijven echter moeilijk te hanteren en de mannetjes hebben zelfs een gevaarlijk karakter. Gedrag Geluid Tijdens vechten: luid gekrijs. Bij dreiging: een alarmroep die klinkt als 'spottend lachen', ditzelfde geluid hoort bij het paringsritueel. Tijdens de paring maakt de hengst een gorgelend geluid. Dagelijkse communicatie: hummen. Ga voor het beluisteren van de verschillende geluiden naar de site van Cathy Spalding . Herkauwen De alpaca maakt tijdens het herkauwen gebruik van een tweezijdige kaakbeweging. De kaken schuiven van links over het midden van de bek naar rechts en weer terug. Een koe of een hert herkauwt door de kaken van een kant naar het centrum in de bek te bewegen. Uiterlijke verschillen alpaca lama wollig hoofd met kuif glad/plat hoofd poten hebben wol gladde poten schofthoogte < 100 cm. schofthoogte > 100 cm. oren klein en speervormig maanvorm of de toppen vallen om zachte wol stugge wol gewicht tot 80 kg groter en zwaarder Erfelijkheid Alle kameelachtigen hebben 74 chromosomen of wel 37 paar (een mens heeft 46 chromosomen, dus 23 paar) en elke chromosoom bevat één spriraalvormig gewonden DNA-molecuul. Dit maakt het identificeren van raszuivere dieren op het eerste gezicht niet gemakkelijk. Het is echter wel mogelijk door gel-elektroforese van bloedmonsters (dat is een methode om d.m.v. een electrisch veld de serumeiwitten kwantitatief te bepalen) onderscheid te maken tussen zuivere alpaca's, lama's en hun kruisingsproducten. Hierbij worden 22 vermoedelijke genenloci (dat zijn de plaatsen in het chromosoom die door een bepaald gen worden ingenomen) met elkaar vergeleken. Dit is een tamelijk eenvoudige test die in combinatie met het uiterlijk uitsluitsel kan geven over de herkomst van een dier. Rol van de genen Welke eigenschappen we aan een toekomstig veulen willen meegeven hangt af van het vermogen van de ouders om de juiste genen door te geven. Hierbij zijn deskundigen op het gebied van DNA onderzoek onontbeerlijk. Zij verzamelen individuele prestaties en pedigree informatie om dit met elkaar te vergelijken en passen dan een genetische analyse toe. Met de uitkomst van zo'n onderzoek kan een beter fokresultaat verkregen worden. Enkele voorbeelden van erfelijke eigenschappen zijn: vachtkleur, aftekeningen, genetische defecten, blauwe ogen (recessief d.w.z. die komen bij overerving alleen naar voren als er geen dominante eigenschappen tegenoverstaan) en de structuur van de wolvezel. Pedigree Onder een pedigree wordt verstaan een dier waarvan de voorouders bekend zijn, kortgezegd één met een stamboom. Pedigree zegt iets over de eigenschappen van een dier zoals: vachtkleur, dicht- en fijnheid van de wol, de wol- en melkproductie, de ziektes, het karakter en temperament alsmede de (bewezen) productiviteit. Onder dat laatste wordt verstaan de mate waarin het dier in staat is goede nazaten te produceren. Bloedlijn Hieronder verstaan men niet zozeer de stamboom maar de directe afstammingslijn naar bijvoorbeeld de grootvader. De uitdrukkingen Bloedlijn of Pedigree worden vaak door elkaar gebruikt, en in zeker mate overlappen ze elkaar ook. Registratie Om een goede alpaca registratie op te zetten wordt begonnen met een bloedonderzoek. Hiermee moet bewezen kunnen worden dat een dier van de beweerde ouders afstamt. Verder is het chippen van de dieren aan te bevelen. Ook is het aanbevelenswaardig om foto's te verzamelen van voorouders en ook om wolproefjes van voorouders te bewaren. Het perfecte dier Om te beoordelen of een dier voldoet aan een zogenaamd ideaalbeeld is kennis noodzakelijk. Ten eerste kun je aan een jong dier niet zien of het uitgroeit tot een 'winner'. Jonge dieren zijn vaak ongeproportioneerd en groeischeuten geven een vertekend beeld. Toch vindt men het vaak leuk een jong dier aan te schaffen. In dat geval zou je naar de ouders van het dier, en zo mogelijk ook naar de grootouders, moeten kunnen kijken om een indruk te krijgen hoe het jong zal uitgroeien. Verder moet een dier een gezonde indruk geven, helder uit z'n ogen kijken en alert zijn. Om het exterieur te beoordelen is enige kennis omtrent het ideaalbeeld noodzakelijk. Achter- en voorbenen moeten recht zijn. Bij voorbenen zie je vaak een X-vorm. Door een dikke vacht is de vorm van de voorste benen soms niet goed te zien. Men kan de benen zonodig met water besproeien zodat de vorm beter tot uiting komt. Dat de voorbenen goed staan, is belangrijk omdat 60% van het gewicht daarop rust. De oren moeten per se klein zijn, de vorm ervan is van minder belang. Kleine bananenoortjes zijn minder erg dan lange puntoren. De snijtanden moeten met het kauwgedeelte goed aansluiten op de bovenkaak. In ontspannen toestand liggen de lippen gesloten om boven- en ondergebit. Wolkwaliteit is zeer belangrijk. De fijnheid en gelijkmatigheid kan worden geanalyseerd. Meer informatie op www.alpacahof.nl

vrijdag 12 november 2010

Kerst Creatief Beurzen België 2010

Kerst-creatief beurzen 2010: •13 & 14 november - Kortrijk-expo •20 & 21 november - Mechelen-Nekkerhallen •27 & 28 november - Antwerpen-expo Kerst Creatief Beurzen België 2010 Kortrijk 13 & 14 november 2010 Mechelen 20 en 21 november 2010 Antwerpen 27 en 28 november 2010 In november vinden de meest sfeerrijke kerstbeurzen van België weer plaats op 3 verschillende locaties; U wilt ze niet missen! Een unieke combinatie van hobbyisten en bedrijven daar rondom heen geeft een breed aanbod aan allerhande denkbare cadeautjes en materialen rondom het Kerstfeest.Van kaarsen tot kerstballen, via lekker hapjes en drankjes, richting schitterende cadeau´s en creativiteit materialen; de paden liggen er al netjes uitgestippeld en bekleed voor u bij op deze sfeervolle evenementen. Inca Dream is in vol ornaat aanwezig in Mechelen & Antwerpen Webadres Kerst Creatief Beurzen: www.hobbysalon.be

dinsdag 5 oktober 2010

INCA DREAM - FAIR TRADE PRODUCTEN EN DUURZAMEN MODE

INCA DREAM - FAIR TRADE PRODUCTEN EN DUURZAMEN MODE INCA DREAM biedt je inspiratie voor een duurzaam leven. Zij doet dit door stijlvolle, handgemaakte woonaccessoires en kleding aan te bieden afkomstig van kleine familiebedrijven en coöperaties in Perú. Mooie, kwalitatief hoogwaardige producten met een verhaal, dus je weet wat je koopt. De producten zijn ingekocht via de principes van eerlijke handel, fair trade. Dus ook jouw aankoop draagt bij aan een beter bestaan van mensen in Perú

dinsdag 14 september 2010

ZEEUWSE NAZOMERFAIR

ZEEUWSE NAZOMERFAIR LOCATIE: Hotel Green White Noordweg 43, Oostkapelle 16, 17, 18 en 19 september (donderdag t/m zondag) 10.00-18.00 uur

vrijdag 27 augustus 2010

Over Inca Dream

Inca Dream, import uit Peru Het doel van onze bedrijf is het verhogen van de levensstandaard van de lokale bevolking. Dit houdt in dat wij toezicht houden op factoren zoals werkomstandigheden, milieuomstandigheden, kinderarbeid en eerlijke prijs. Tevens hechten wij veel waarde aan capaciteitsversterking van de producent. Om deze reden investeren wij veel in productontwikkeling en voorzien wij onze producenten regelmatig van informatie over de Europese markt. Hierbij heeft het onze voorkeur dat wij niet alleen ondersteuning bieden, maar dat we de capaciteit van de producent zodanig kunnen versterken dat zij zich staande kunnen houden op de (wereld)markt. Fair, Ambachtelijk, Sociaal, Ecologisch en Biologisch. Wij bieden sier- en gebruiksproducten aan die Fair zijn ingekocht en voldoen aan 1 of meer van de andere genoemde kenmerken. Fair, Ambachtelijk, Sociaal, Ecologisch en Biologisch. Inca Dream streeft ernaar maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Dit komt tot uiting in haar producten door ze te laten voldoen aan de 5 kenmerken. Daarnaast streeft de organisatie naar respect voor en continuïteit en transparantie naar alle betrokken partijen.

vrijdag 23 juli 2010

INCA DREAM VAKANTIE JUNI 2010

Zoals ieder jaar ging de Inca Dream team samen op vakantie naar Cuzco. .... We also join the Inca Trek, this is a 4 days hiking tour through the High Andes .het verhaal wel superleuk! Day 1 Total Distance: 10 to 11 kilometers Arrive by train from Cusco, getting off at Km. 88, or by bus at Km. 82. From the station, cross the footbridge spanning the Río Urubamba and begin the gentle ascent up to the Inca ruins of Llactapata, where Bingham and his team first camped on their way to Machu Picchu. The trail then slopes upwards, following the Río Cusichaca, until it reaches Huayllabamba. To reach this small village, the only one along the trail that is still inhabited, it's about a two to three-hour climb. This is a good place to hire horses or mules, if you're so inclined. Most groups spend the night here, in preparation for the arduous journey up to the aptly named Dead Woman's Pass. Day 2 Total Distance: 11 kilometers Although equal to the first day in terms of distance, Day 2 is perhaps the most difficult day of the trip. From Huayllabamba, you're in for a steep, one-hour climb to the ruins of Llullucharoc (3,800 meters). Catch your breath and prepare for another 90-minute to 2-hour steep climb through the cloud forest to Llulluchapampa, an isolated village situated in a flat mountain meadow. Spectacular views of the valley below will keep your mind off the steep ascent. From Llulluchapampa make your way up the quad-killing climb towards Abra de Huarmihuañusca (Dead Woman's Pass), the first pass and highest point of the trek (4,200 meters). The 2 ½ hour climb is a mental and physical challenge, subjecting trekkers to a killer sun on the way up, and thin air and bitterly cold winds at the summit. Don't be surprised if snow or freezing rain greets you at the summit. Inevitably, however, the mind-blowing views will distract you from the body-numbing cold and physically demanding ascent. Do make sure that you shelter yourself from the wind while you check out the valley below. Between Huayllamba and Huarmihuañusca there are three places to camp, if you're in need of a rest. The most popular among these is Three White Stones. From the summit the trail descends sharply via stone steps into Pacamayo Valley (3,600 meters). This area also offers excellent camping, and if you're lucky, you can catch a glimpse of the ever-playful spectacled bears. Day 3 Total Distance: 15 kilometers About an hour's trek towards the next pass, Abra de Runkuracay, you'll come across the intriguing ruins of Runcuracay. The name means "basket shaped" and is an appropriate title for the circular ruins unique among those on the trail. From the ruins it's about a 45-minute to one-hour steep climb to the second pass (3,900 meters). Just over the summit is another camp site, where you'll encounter magnificent views of the Vilcabamba mountain range. Follow the trail through a naturally formed tunnel and up a spectacular stone staircase to the ruins of Sayacmarca (3,500 meters). These beautiful ruins include ritual baths and terrace viewpoints overlooking the Aobamba Valley. It is believed that this tranquil area was once a resting spot for ancient travelers traversing the Inca Trail. You can camp near the remains of an aqueduct that once supplied water to the ancient settlement. From Sayacmarca the trail descends via a remarkably well-preserved Inca footpath into thick cloud forest where you'll be astounded by exotic flora like orchids and bromeliads, and unique bird species. The trail winds its way towards Conchamarca, another rest stop for the weary. Pass through another Inca tunnel and follow the path up a gentle two-hour climb towards the third pass and the ruins of Phuyupatamarca (3,800 meters). This section of trail, whose name translates to "Town Above the Clouds," offers spectacular views of the Urubamba valley in one direction and in the other a grand view of the snow-covered peaks of Salcantay (Wild Mountain). The ruins include six small baths that, during the wet season, are teeming with constantly running fresh water. There is an excellent place to camp here, where you may even catch a glimpse of wild deer feeding. Also, keep an eye out for the massive backside of Machu Picchu peak. From the ruins the trail forks and you have two options. Follow the knee-buckling 2,250 step stone staircase to the terraces of Intipata, or head towards the stunning ruins of Wiñay Wayna. Only discovered in 1941, the ruins of this ancient citadel, named "Forever Young," for the perpetually blossoming orchids that flourish here, include spectacular stone agricultural terraces and ritual baths. A nearby hostel offers weary wonderers hot showers, food and the well-deserved beer. Be aware, however, that during peak season this hostel area can appear more like a tourist circus than peaceful mountain retreat. Day 4 Total Distance: 7 kilometers The final leg of this journey is all about getting to Intipunku (Sun Gate) and Machu Picchu. Be prepared for an early rise, as most groups depart camp at 4 a.m. to arrive at the ruins by 6:30 a.m. This climatic journey involves a 60 to 90-minute trek along narrow Inca stone paths, and a final push up a 50-step, nearly vertical climb to the ruins of Intipunku. The descent to Machu Picchu takes about 45 minutes. Upon reaching the ruins, trekkers must deposit their packs at the entrance gate and get their entrance passes stamped. From here you can bask in the glory of having completed the rugged journey to one of the world's greatest attractions.

woensdag 9 juni 2010

MACHU PICCHU – GESCHIEDENIS

Hiram Bingham, ontdekkingsreiziger en professor Zuid-Amerikaanse Geschiedenis, trok in februari 1909 (de natste maand van het jaar, wat zijn reis bemoeilijkte) als eerste de Peruviaanse bergen over. Zijn bezoek aan Choquequirao wakkerde zijn interesse in de Inca’s aan. In 1911 keerde hij met de Yale Peruviaanse Expeditie terug – met de eigenlijke bedoeling om de Urubamba-rivier en ongeving te bezoeken. Hij zou echter de verloren stad van de Inca’s herontdekken. Bingham bestudeerde verslagen van de Spaanse Verovering en koloniale documenten met de intentie om precies te weten waar hij naartoe moest gaan. Hij had ook gehoord van de mysterieuze verloren stad in het oerwoud, maar niemand in Cusco nam nota van zijn opmerkingen daarover, want men dacht dat de verloren stad van de Inca’s Choquequirao was. De expeditie vertrok en volgde de loop van de Urubamba-rivier, onderweg verscheidene ruïnes verkennend. Op 23 juli 1911 arriveerde Bingham in Mandor, waar hij de boer Melcho Arteaga ontmoette. Deze vertelde Bingham over het bestaan van twee Incaplaatsen, Machu Picchu en Wayna Picchu. Arteaga werd benoemd als gids en toen hij vertelde dat de groep naar de bergtop zou gaan, verzonnen Binghams collega’s uiteenlopende excuses om niet mee te hoeven. Daarom klom Bingham slechts in gezelschap van Arteaga en sergeant Carrasco (die als vertaler van de Quechua-sprekende gids functioneerde) naar boven. Eerst stak men de snel stromende Urubamba-rivier over en daarna ging het door de dikke oerwoudvegetatie aan de andere kant, soms kruipend, en zichzelf soms slechts met de vingertoppen vasthoudend. Na de lunch, zo’n 600 meter boven de rivier, kwamen ze een hut tegen, en enkele boeren die de terrassen van Machu Picchu bewerkten. Na een pauze wilde Bingham verder klimmen, maar Arteaga besloot om met de boeren te blijven praten en zond een kind als gids. Terwijl Bingham en sergeant Carrasco verder klommen, konden ze meer terrassen onderscheiden, maar wat ze het meest verraste was een serie van mooi afgewerkte Incamuren, door dikke vegetatie overwoekerd. Het kind leidde Bingham door bos en bamboe naar een grote gegraven grot, en tenslotte naar wat volgens Bingham ‘de Koninklijke Tombe’ moest zijn. Bingham keerde naar zijn land terug, en nam het nieuws over de stad Machu Picchu met zich mee. Zijn ontdekking was wereldnieuws en trok vooral de aandacht van de universiteit van Yale en de National Geographic Society. Beide instituten besloten Bingham in zijn ontdekkingstochten naar de ruïnes in 1912 en 1915 bij te staan. Het verraste Bingham en zijn team dat ze maar weinig graftomben in Machu Picchu vonden. Hij meldde: ‘Een nauwkeurige telling van skeletten en botten die we in de verschillende grotten en graftomben hebben gevonden lijken de overblijfselen van 173 individuen, en van die 173, zijn er wellicht 150 van vrouwen, een buitengewoon hoog percentage, op zijn minst moet dit een gewijde plek zijn geweest, wiens bewoners bestonden uit Gekozen Vrouwen van de Zon.’ De rest van de mensen die aan Machu Picchu verbonden waren, waren bedienden, boeren en soldaten, die op plekken buiten de stad begraven werden. Dit verklaarde voor Bingham de afwezigheid van meer overblijfselen. Bingham voegde eraan toe dat ze geen gouden of zilveren objecten hadden gevonden, maar wel objecten van brons en andere metalen, evenals van hout, steen en botten. In totaal noemde Bingham 521 geïdentificeerde keramieke en 220 metalen objecten. Er heerst enige controverse over wat Bingham en zijn expedities daadwerkelijk uit Peru meenamen, met verschillende tegenstrijdige aantallen en berichten. Het officiele Peruviaanse regeringsrapport uit 1916 meldde dat men 74 dozen vol botten, mummies, keramiek, textiel, metaal en houten objecten meenam, maar er werden geen gouden of zilveren kunstwerken geregistreerd. Ondanks dat, bleef er veel twijfel bestaan, vanwege de grootsheid van de Incastad, en het belang ervan voor de adel. Alle studies waren het erover eens dat het onmogelijk was geen voorwerpen van edelmetaal te vinden in Machu Picchu. Dat wil zeggen: deze verloren stad van de Inca’s, die niet was geplunderd en in geen 400 jaar door de Spanjaarden was bezocht, zou een aantal schitterende, ceremoniële en vorstelijke sierraden van goud en zilver moeten bevatten. De Peruviaanse regering en de universiteit van Yale zijn in gesprek over de teruggave van de genoemde materialen, die in het Archeologische museum in Machu Picchu zouden moeten terechtkomen.

Kleding bij de inca's

Kleding en textiel was zeer belangrijk voor de Inca. Het was volgens sommigen zelfs belangrijker dan goud en zilver. De inca droegen verschillende soorten kledingstukken. We weten vooral veel over de kleding die gedragen werd door de heersers (de Inka). De gewone bevolking (de runa) droeg waarschijnlijk gelijkaardige kledingstukken maar dan in andere kleuren en wat eenvoudiger. Het belangrijkste onderdeel van de kleding was de unku (zie hieronder) en de ceintuur die daarop gedragen werd. Daarnaast droegen de meeste mensen ook een ceintuur om de unku heen, en sommige mensen van hogere rangen mochten sandalen dragen. Deze laatste werden vervaardigd uit leer. Om de schouder droeg vrijwel iedereen een zakje waar coca in hing. Dit zijn de zogenaamde chuspas. Een unku is een rechthoekig kledingstuk dat aan de zijkanten is dichtgenaaid. De tuniek was de traditionele kleding van de Inca. Het is dit hemd zonder mouwen,dat aan de hedendaagse ponchos ten grondslag ligt. Ponchos werden echter in de Inca tijd weinig gebruikt. De kleding van handwerkslieden en boeren had dezelfde vorm, maar de versiering van hun kleding moest eenvoudig zijn. Ambtenaren en hoogwaardigheidsbekleders hadden recht op het gebruik van motieven. Het gebruik van de beroemde zwart en witte dambordtunieken was slechts toegestaan aan militairen. De unkus van de adel en van de familie van de Inca werden gemaakt van vicuña wol, en versierd met de beroemde tocapu symbolen. De kleding van de Inca vorst werd speciaal voor hem geweven door de zogeheten mamacunas, vrouwen die de zon en inca familie dienden en zich bezig hielden met het weven van de kleding van de Inca. Hij droeg zijn kledingstukken slechts één keer en aangezien het voor elk ander verboden was de kledingstukken van de Inca vorst aan te raken, werd zijn kleding na gebruik dagelijks verbrand. De heersers en hoogwaardigheidbekleders droegen ook hoofdtooien en hoeden. Deze werden of uit textiel gemaakt of vervaardigd op een geraamte van gevlochten plantaardige vezels, en bevatten oook vaak veren en pluimen die afkomstig waren uit tropische gebieden. De chuspa tas vormt een belangrijk onderdeel van de Inca klederdracht. Het is een kleine tas voor het bewaren van cocabladeren en amuletten. De tas wordt tot op de dag van vandaag gebruikt in de Andes landen. Vrouwen droegen een omslagdoek en een rok. De omslagdoek werd met een tupu bevestigd. De tupu is een kledingspeld, gebruikt om de omslagdoek (aqsu) die vrouwen droegen, vast te zetten. Ze werden enkel of in een paar gebruikt en waren er in bijna alle maten en metaalsoorten. De tupu werd aan de kust veel minder gebruikt dan in de hooglanden. Dit is verklaarbaar uit het koudere klimaat van de hooglanden, waar een omslagdoek nodig was om warm te blijven. Inheemse vrouwen in de Andes dragen nog steeds tupus, hoewel het gebruik terugloopt. Meestal had een vrouw een paar voor dagelijks gebruik (tegenwoordig vaak vervangen door bijvoorbeeld een veiligheidsspeld) en een paar voor feestelijke gelegenheden. Bij hedendaagse Andesvrouwen zijn dat vaak zilveren, lepelvormige tupus die met een kleine ketting aan elkaar bevestigd zijn. Ze zijn vaak al meerdere generaties in gebruik. De kleding van het volk werd in huiselijke kring geweven. Een gewone burger bezat over het algemeen niet veel meer dan één outfit die voor dagelijks gebruik bedoeld was en één die dienst deed gedurende feestelijke bijeenkomsten. Kleding werd op die manier gebruikt om onderscheid in stand en rang aan te geven. Des te hoger de sociale rang, des te groter de kwaliteit en kwantiteit kledingstukken een individu over beschikte. Elke provincie werd geacht een bepaald aantal kledingstukken als tribuut te betalen. Daartegenover stond dat de staat erop toezag dat de benodigde grondstoffen voor spinnen en weven voorhanden waren zodat elke burger genoeg wol en katoen had voor eigen gebruik

Andean Textiles

Andean weaving was among the arts practiced in colonial Latin America that retained the closest connection to Precolumbian traditions. The flocks of alpacas and other camelids that had yielded tapestry cloth of a beauty astonishing to the Spanish newcomers continued to anchor life among the Aymara and Quechua peoples. The gradual incorporation of European motifs into their garments did not alter the centrality of textiles to the value system of these indigenous communities. Source: Andean Textiles | Thematic Essay | Heilbrunn Timeline of Art History | The Metropolitan Museum of Art Ancient Peruvian garments were untailored. Of rectangular shape, this spectacular textile in brilliant red, dark blue, green, and white, woven in one piece, could have been a woman's dress (anacu) or a shoulder mantle (lliclla). As a dress, it would have been folded over along the foldline visible in the upper half of the panel, wrapped around the body, and pinned at the shoulders. In addition, a belt would have been worn around the waist to support the weight of the densely woven fabric. As a mantle or shawl, it would have been worn folded or as a single layer around the shoulders, held in place with one pin at the chest. The textile is thought to have come from the Chuquibamba area in the far south of Peru, a region where highland and coastal traditions merge. Woven entirely of camelid fiber, the strong, saturated colors and the rectilinear pattern emphasizing geometric regularity and horizontality are typical of Inka taste. The intricate, interlocked bird designs in the small units, however, and the diagonal banded layout in the central panel correspond more to coastal styles. Source: Woman's Dress [Chuquibamba] (1995.109) | Heilbrunn Timeline of Art History | The Metropolitan Museum of Art

dinsdag 8 juni 2010

Nazcalijnen

In de woestijn, beneden hun dorpen op de berghellingen, creëerden de Nasca's hun meest illustere nalatenschap: een reeks figuren in de droge aardbodem. Deze "geëtste" figuren bevinden zich grotendeels in de pampa, een uitgestrekte boomloze vlakte, tussen de rivieren Nazca en Ingenio. Deze geogliefen - ook wel Nascalijnen genoemd - maken deel uit van de berg- en waterverering. Enkele figuren zijn uit de natuur overgenomen: reusachtige afbeeldingen van kolibries, walvissen en spinnen. De meeste van deze 300 geogliefen zijn grote geometrische figuren: spiralen, rechthoeken, trapezoïden en concentrische stralingssystemen. Ze zijn allemaal op dezelfde manier tot stand gekomen. Eerst werd de bovenste laag van de aardkorst weggegraven en de heldere bodem daaronder blootgelegd. Nadien werd het fijngemaakte donkere gesteente naast de zo ontstane greppels opeengehoopt. De Nascalijnen blijven voor archeologen een raadsel. Duiden ze op rituele paden, die heilige plaatsen met elkaar verbinden? Stellen ze sterrenbeelden voor of dienden ze als ontwateringsmiddel? Misschien maken ze wel deel uit van een immense astronomische kalender, die het begin van de regentijd aankondigde. De meningen van deskundigen lopen sterk uiteen. Vele patronen van de "gegraveerde" figuren vinden we ook in de polychrome keramiek en textiel van de Nasca's terug. Vogels, hagedissen, walvissen en andere dieren zijn onderwerpen die vaak terugkomen. Ook vruchtbaarheidssymbolen komen dikwijls aan bod. Zij weerspiegelen de zorgen die de bevolking zich maakte om de bewerking van het regenarme land. Vanaf 200 v.Chr. vestigen de Nascastammen zich in de rivierdalen langs de woestijnstrook in het zuiden van Peru. Ze ontwikkelden er een oasecultuur. De Nasca's bouwden huizen uit samengebonden riet, dat ze met leem besmeerden. Ze dreven handel, leefden van visvangst en jacht en teelden in de droge kuststreek talrijke fruit-en groentecultures. Wanneer de Nasca-invloed zijn hoogtepunt bereikte, domineerde hij een gebied dat verder dan 350 kilometer noordwaarts en zuidwaarts reikte. In de oostelijke richting strekte de Nascabeschaving zich uit over een domein vanaf de kust tot in het hoogland. Van bij het begin werd de Nascacultuur gekarakteriseerd door de barre levensomstandigheden. De Nascalandbouwers - die hun verblijf hadden in een landstreek waren het zelden regende - waren sterk aangewezen op de watervoorziening. Ze vereerden het water en ook de bergen vanwaar het water kwam. Er bestond een nauwe band tussen het geloof en de cultuur van de Nasca's, bovendien vormde het geloof de bouwstenen van hun kunst. Veel heeft de Nascabevolking niet gebouwd. Om water te winnen uit de rivieren, die tijdens een deel van het jaar ondergronds stroomden, bouwden ze aquaducten. Het grondwater werd dan via deze bruggen naar reservoirs en bevloeiingskanalen geleid. De twintig meter hoge trappenpiramide, de grote tempel van hun ceremonieel centrum, Cahuachi, is een van de weinig bewaarde Nascabouwwerken.

zondag 6 juni 2010

Peruaanse Altaarstuk

Altaarstuk of Retablos are a sophisticated Andean folk art in the form of portable boxes which depict religious, historical, or everyday events that are important to the Indigenous people of the highlands of Peru and Bolivia. The Spanish word retablo comes from the Latin retro-tabulum (“behind the table or altar”), which was later shortened to retabulum. This is a reference to the fact that the first retablos were placed on or behind the altars of Catholic churches in Spain and Latin America. They were three-dimensional statues or images inside a decorated frame. The tradition of making cajones sanmarcos or retablos is very strong in the mountainous Peruvian region around the city of Ayacucho. In recent years the political violence and the fighting between the Peruvian Army and the Marxist Sendero Luminoso (“Shining Path”) guerrillas around Ayacucho has forced many peasant families in the area to migrate to the capital city of Lima, where they make and sell their crafts commercially. Nicario Jiménez Quispe (Quispe is his mother’s name) is a master artisan of the craft of making retablos. He was born in 1957 in a small highland Andean village near Ayacucho, and learned how to make retablos from his father and other skilled craftsmen. He has studied at the University of San Marcos in Lima, and has exhibited his retablos in Peru and abroad in several international competitions. His photo was taken while doing a demonstration at American University’s Language and Foreign Studies Department in 1991.

woensdag 2 juni 2010

Tumi

The Tumi is a sacrificial ceremonial knife distinctly characterised by a semi-circular blade, made of either bronze, copper, gold-alloy, wood, or silver alloy used by some Inca and pre-Inca cultures in the Peruvian Coastal Region. In Andean mythology, the Moche, Chimu and Incas were descendants of the Sun, which had to be worshipped annually with an extravagant celebration. The festival took place at the end of the potato and maize harvest in order to thank the Sun for the abundant crops or to ask for better crops during the next season. During this important religious ceremony, the High Priest would sacrifice a completely black or white llama. Using a tumi, he would open the animal's chest and with his hands pull out its throbbing heart, lungs and viscera, so that observing those elements he could foretell the future. Later, the animal and its parts were completely incinerated. Other Andean cultures have used the tumi for the neurological procedure of skull trepanation. Many of these operations were carefully performed, suggesting that the surgery was done for the relief of some body disturbance other than that associated with injury, perhaps an organic or mental condition. On November 21, 2006, archaeologists announced that they had unearthed 22 graves in northern Peru containing pre-Inca artifacts. Among the artifacts were the first tumi ever discovered by archaeologists. All previous examples had been recovered from grave looters.[1] In Peru, to hang a tumi on a wall means good luck. The tumi is the national symbol of Peru and has become a symbol used in Peruvian tourism publicity.