Soft and warm alpaca wool clothing❤️ 2 days DHL delivery + Free shipping How to buy: ⬇️⬇️⬇️ Online WWW.INCADREAM.NL

donderdag 25 november 2010

Alpacahof- Alpaca Wol

De vacht van alpaca's is van een hoogwaardige wolsoort die sterker, warmer en lichter is dan de wol van schapen en het is ook nog eens hypo-allergenisch. De vezelstructuur is zowel zeldzaam als superfijn en de zachtheid is te vergelijken met kasjmierwol. Alpacawol is er in 22 natuurlijke tinten met wel 200 schakeringen waardoor het verven in bepaalde kleuren vaak niet eens nodig is en het gebruik van scherpe chemicaliën achterwege kan blijven. De ruwe wol is vrij van lanoline waardoor de verwerking relatief eenvoudig is. Sf en Pf haarfollikels De foetes heeft primaire follikels (Pf) over de gehele huid. Bij de geboorte bestaat het grootste gedeelte van de vacht uit primaire follikels, die dikke vezels geven. Vlak na de geboorte ontwikkelen zich secundaire follikels (Sf) rond de primaire follikels. Later ontstaan uit de primaire follikels zogenaamde gemedulleerde (medulla = merg) vezels. Dit zijn ongewenste, stugge vezels die moeilijk te verwerken zijn. Gedurende de eerste maanden komen er steeds meer vezels uit secundaire follikels bij; dit zijn dunnere vezels. Na ongeveer de vierde maand bestaat de vacht voornamelijk uit dunne vezels uit de secundaire follikels. Na de achtste maand worden de vezels dikker (zie MFD). De Sf : Pf is de verhouding tussen secundaire en primaire haarfollikels. Bij de alpaca is deze gemiddeld 7:2. Soft rolling skin Wanneer een alpaca een losse huid heeft, de zogenaamde "soft rolling skin", dan heeft de vacht de volgende kwaliteiten en voordelen. - Groter huidoppervak betekent een zwaardere vacht. - Hoge dichtheid van secundaire follikels betekent een fijne zachte wol, hoge opbrengst en een betere lengte van de lok. - Vezels van gelijke grootte geeft een zachtere wol. - Betere elasticiteit van de vezels geeft een betere krulling. - Cilindervormige vezels bevorderen zachtheid en glans. Vacht van oudere dieren - Kwaliteit neemt af. - Gewicht van vacht wordt minder. - De groei gaat langzamer waardoor vezellengte korter is. - Percentage gemedulleerde vezels stijgt. MFD De medium fiber diameter (MFD), gemiddelde vezeldiameter stijgt vanaf de achtste levensmaand. In de eerste drie jaar stijgt de MFD met 2 á 3 micrometer (=1/1000 cm) per jaar. Na drie jaar neemt de groei van de vacht af. Vanaf drie jaar blijft de dikte gelijk, maar stijgt het aantal gemedulleerde vezels. Wol gewicht Drie kilo per vacht is een vrij normale opbrengst. De dikte van de haren wordt weergegeven in microns. - Alpaca heeft wol met een dikte tussen de 15 en 40 micron. De dikte is verder afhankelijk van aanleg en leeftijd. - Vicuna heeft de dunste vezel; tussen de 10-15 micron. De opbrengst is slechts 0,5 kilo per vacht. Wolkwaliteit en erfelijkheid De kwaliteit van de wol is niet alleen afhankelijk van omgevingsfactoren, maar eerder sterk genetisch bepaald. Het is daarom interessant de wolkwaliteit van de ouders of nog beter de grootouders te kennen. Een dier van twee jaar oud met maar 15 micron kan op zijn vijfde jaar een heel ander percentage vezels met een lage micronwaarde vertonen. Je kunt dit van te voren "weten" wanneer de gegevens van de voorouders bekend zijn. Crimp (rimpeling of golfjes) De meningen over het voordeel van een mooie crimp van de wol zijn verdeeld. Hoe belangrijk is het? Eric Hoffman vindt het een onbelangrijke eigenschap en zegt dat het in de wol-verwerking geen verschil maakt. De crimp zou niets uit te staan hebben met de fijnheid van de wol. Dr. Julio Sumar, een zeer vooraanstaand keurmeester uit Peru, meent juist dat crimp bij de Huacaya gewenst is omdat het de fijnheid van de vezels aangeeft. Onderzoek door Alpaca World Magazine (UK) heeft uitgewezen dat 'hoge crimp wol' in de Peruaanse wolindustrie hoog gewaardeerd wordt en daarom apart verwerkt wordt (AWM herfst 2004, blz.42). Scheren van de wol Scheren gebeurt in het voorjaar. Voor het scheren wordt er niet gewassen of geborsteld. Men kan oppervlakkig vuil er met de hand afkloppen, strootjes wegplukken en met een luchtspuit op de compressor de vacht schoonblazen. Omdat de wol van alpaca's langzaam groeit is het verstandig om ze niet te kaal te scheren. Het wordt aangeraden ongeveer een centimeter wol te laten zitten met bovenop het hoofd een 'petje' als bescherming tegen weersinvoeden zoals de UV-stralen van de zon. Het scheren begint op de ruglijn en daarna parallel langs de ruglijn over de flanken naar beneden. Probeer de wol meteen op een lengte te scheren. Hoe langer de wol, des te gemakkelijker is die te verwerken. Allemaal korte eindjes zijn niets waard. De mooiste wol komt van de rug naar de flanken toe en van de schouders; leg deze daarom meteen apart. De tweede kwaliteit wol komt van de nek en tenslotte, als minste kwaliteit, de wol aan de buik, de bovenbenen en de onderbenen. De wol aan de nek is korter en groeit langzamer dan de rest, vandaar dat je vaak ziet dat bij het scheren aan de nekpartij wat meer wol blijft zitten. Aan het staartje laat men meestal ook de wol staan. Alpaca's zijn gevoelige dieren en het scheren kan een ervaring zijn die heel beangstigend voor ze is. Alleen al het vreemde geluid van een electrisch apparaat is doodeng. Zorg in ieder geval dat de omgeving rustig is; dus liever geen vreemde toeschouwers, gillende kinderen of blaffende honden. Sommige mensen geven hun dieren voor het scheren een kalmeringsmiddel terwijl anderen er de voorkeur aangeven de poten vast te binden. Na het vastleggen van alle vier de poten gaat het dier liggen, waarna het van de ene zijde op de andere kan worden gerold. Deze vrij eenvoudige scheerklus kan door twee mensen worden uitgevoerd. Het prettigst voor het dier is dat het gewoon rechtopstaand geschoren wordt, terwijl het aan het hoofdstel wordt vasthouden. Hiervoor moet het dier geleerd hebben, aangeraakt te worden. Dit houdt een regelmatige training in waarbij alle delen van het lijf worden aangeraakt, zonder dat het dier overstuur raakt. Als het dier eenmaal heeft ervaren hoe prettig het voelt zonder jas, zal het zich de volgende keer gemakkelijker laten hanteren. Wol spinnen Alpacawol is zacht, sterk, licht en warm. Nadat de alpaca’s geschoren zijn, heb je dus het neusje van de zalm in huis! Omdat alpacawol fijner van structuur en minder vet dan schapenwol is, blijft er doorgaans weinig vuil in de vacht hangen. Voordat je de wol gaat kaarden, kun je de vacht uitkloppen en met de hand de grootste ongerechtigheden verwijderen. Sommige spinners geven er de voorkeur aan de vacht eerst te wassen alvorens die te gaan spinnen. Dit is niet verkeerd en je zou het kunnen uitproberen om te zien wat voor jou het prettigst werkt. Met alpacawol kun je een hele dunne draad spinnen en dat is plezierig omdat alpacawol flink isoleert. Een dunne trui van alpacawol geeft namelijk net zoveel warmte als een dikke schapenwollen trui. Omdat alpaca’s in wel meer dat twintig natuurlijke kleuren voorkomen, kun je het verven eventueel achterwege laten. Vacht wassen Wil je toch de vacht wassen voordat die gesponnen wordt, dan kun je dat als volgt doen. Weeg een hoeveelheid vacht af die je denkt nodig te hebben voor je project, plus 100 gram extra om het verlies van haren en vuil te compenseren. Voor het wassen van een vacht kun je een rechthoekige bak gebruiken, een kinderbadje of de badkuip. Emmers zijn minder geschikt omdat daarin de vacht in de war kan raken. De vacht moet gewoon lekker ruim in het water kunnen liggen. Vul de bak met warm water van ongeveer 60 graden (dus net te heet voor je handen) en voeg een flinke scheut zacht (vloeibaar) wasmiddel toe, roer dit met een pollepel door het water zodat het goed oplost. Te veel wasmiddel is minder erg dan te weinig. Leg nu de vacht op het water en duw deze rustig onder. Blijf duwen tot de vacht onder water blijft liggen en laat het zo staan. Niet kneden of meteen al het water willen verschonen want door al dat gekneed en geknijp kan de wol gaan vervilten. Na 24 uur schuif je de vacht naar de rand om te kijken hoe vuil het water is; eventueel kun je het nog eens een paar nachten langer laten staan. Uitspoelen. Leg een paar schone oude handdoeken neer. Druk de vacht weer tegen de rand van je wasbak, til het uit het water en leg het op de handdoek. Neem nu schoon handwarm water en leg de vacht er opnieuw in, herhaal dit een paar keer tot het water geen kleur meer heeft. Nu de vacht schoon is, leg je die op een schone badhanddoek. Je rolt het geheel op en drukt voorzichtig het water eruit. Neem opnieuw een droge handdoek en spreidt hier de gewassen vacht op uit om verder te laten drogen. Hierna geduldig afwachten! Gebruik geen wasverzachter als je van plan bent de wol later nog te gaan verven. Voor het wassen van schapenwol gelden met betrekking tot de watertemperatuur andere regels. Machinaal spinnen De meeste wolfabrieken zijn ingesteld op het verwerken van schapenwol. Om alpacawol te kunnen spinnen zouden de machines moeten worden aangepast. Maar omdat dit geen kwestie is van "even een knopje omzetten" zullen de meeste fabrieken geen kleine hoeveelheden alpacawol willen afnemen. Uiteraard zijn er in Europa gespecialiseerde fabrieken die dat wel kunnen, je wordt dan geacht flink wat kilo’s wol aan te leveren. Spincursus Zelf spinnen is natuurlijk het leukste en het is een hobby die weer helemaal terug komt. Als je nog nooit hebt gesponnen, kun je daarin een korte cursus volgen. Meestal leer je dan ook werken op verschillende soorten spinnewielen zodat je meteen leert wat er op de markt is. Kijk eens op de website van De Spinkamer. Nieuwe spinnewielen zijn niet goedkoop maar er is een levendige handel in gebruikte en betaalbare wielen op het internet te vinden. Bekende merken zijn de Nederlandse Louët en de Nieuw Zeelandse Ashford. Of kijk bij de Wolboerderij "Blij Bezuiden". Voor informatie over spincursussen en nog veel meer spinnieuws kun je kijken op de site van de Landelijke Spingroep De Kamelenfamilie Tot deze familie behoren de Kamelen van de Oude Wereld en de Lama's van de Nieuwe Wereld, samengebracht in één familie de Camelidae (kameelachtigen). Er zijn van deze evenhoevige zoogdieren nu nog zes levende soorten bekend. Van groot naar klein zijn dat: Grote cameliden van de Oude Wereld: gewicht in kilo hoogte in cm 1 Kameel - camelus bactrianus met twee vetbulten 450 - 700 180 - 250 2 Dromedaris - camelus dromedarius met een bult 450 - 500 200 - 230 Kleine cameliden van de Nieuwe Wereld: gewicht in kilo hoogte in cm 3 Lama - lama glama 90 - 160 150 4 Guanaco - lama guanicoe 80 - 120 125 5 Alpaca - vicugna pacos 45 - 80 100 6 Vicugna - vicugna vicugna 30 - 40 90 Al deze soorten hebben hetzelfde aantal chromosomen en zijn daardoor met elkaar te kruisen. De nakomelingen onderling zijn eveneens vruchtbaar. Verdere overeenkomsten zijn de lange nek, een naar verhouding klein hoofd, een gespleten bovenlip, het herkauwen van voedsel (drie magen) en de telgang. Ook delen ze de karakteristieke maar beruchte eigenschap om te spugen. Prehistorie en evolutie De oervorm van de kamelenfamilie begint zo'n 40 miljoen jaar geleden in Noord-Amerika. Uit bestudering van fossielen blijkt dat de eerste camelidae betrekkelijk klein waren, de Centicamelus (Lat. centi = 100) was niet groter dan een meter. Maar er zijn uiteindelijk wel vijftig soorten van camelidaefossielen gevonden waarvan de grootste, de Aepycamelus (Gr. aipus = hoog), ruim 5 meter was. Hoewel de kamelen beschouwd worden als Oude Wereld dieren, hebben zij het grootste deel van hun evolutie doorgemaakt in Noord-Amerika. Daar ontwikkelden zij zich en ontstonden er nieuwe variaties van wilde kameelachtigen. Hemiauchenia macrocephala Gedurende de ijstijd, ongeveer 3 miljoen jaar geleden, migreerden veel dieren naar voor hen betere leefgebieden. Een van deze wilde kameelachtigen, de Hemiauchenia (Lat. hemi = half, 190 cm hoog, circa 90 kg, herbivoor), trok van Noord-Amerika naar Zuid-Amerika. Daar verspreidden ze zich over de uitgestrekte boomloze hoogvlakten ten oosten van het Andesgebergte in Bolivia en in een deel van Argentinië. De Hemiauchenia was langbenig en had een lange nek. Het werd de eerste soort van de kamelenfamilie in (Zuid-Amerika) die later over het gehele Andesgebied te vinden was. In diezelfde tijd migreerde een andere tak van deze kamelenfamilie, via de Beringstraat naar Azië. Dit type heeft uiteindelijk aan die wieg van de huidige Dromedaris van Afrika en de Kameel van Azië gestaan. Paleolama en de Lama Na een miljoen jaar ontstonden naast de Hemiauchenia twee nieuwe geslachten n.l. de Paleolama (Paleo = oud/oorsprong, 180 cm hoog, circa 60 kilo, herbivoor) en de Lama. Deze twee hadden zich aangepast aan het bergleven met wat kortere benen en een gebit dat beter was afgestemd op het soort voedsel. De Paleolama trok langs de westkust van Zuid-Amerika omhoog, over de landengte bij de Golf van Panama, naar Mexico richting Texas, Louisiana, Missisippi en Florida. In november 2005 hebben Zwitserse archeologen in Syrië botten van een uitgestorven reuzenkameel ontdekt. Het tot nu toe onbekende dier, dat ongeveer 100.000 jaar geleden leefde, was bijna net zo groot als een giraf. De beenderen hebben bijna de dubbele omvang van de botten van een normale kameel, maakten de wetenschappers bekend. Uit de vondsten menen de onderzoekers te kunnen afleiden dat de reuzenkameel één bult had, dus een dromedaris was. Tot nu toe nam de wetenschap aan dat de dromedaris zich uit de tweebultige kameel ontwikkelde. Mogelijk is deze theorie na de vondst in Syrië aan herziening toe, stellen de Zwitsers. Guanacoe en de Vicugna Veel grote zoogdieren waaronder de Hemiauchenia en de Paleolama, met nog een aantal aanverwante soorten die in Noord-Amerika leefden, zijn ongeveer 11.000 jaar geleden uitgestorven. De enige wilde soorten die overleefden waren de in Zuid-Amerika levende Guanacoe en de Vicugna. Later, zo'n 5000 jaar geleden, verschijnen er ook de gedomesticeerde soorten zoals de Lama en de Alpaca. Gedurende 2 á 3000 jaar waren het culturen zoals de Chavin, Nazca en de Huari die alpaca's fokten en de wol verwerkten tot prachtig gekleurde stoffen. Hoewel de Vicugna nog steeds als wilde soort bestaat, werd de Guanaco al snel door de Zuid- Amerikanen gedomesticeerd. Het staat vast dat er reeds 6 á 7000 geleden grote Guanacokuddes bestonden. De geschiedenis na 1536 In plaats van natuurgeweld zorgden nu de Spaanse veroveringen van 1536 voor grote veranderingen in Zuid-Amerika. Het Incarijk viel uiteen en er heerste chaos. Door onwetendheid, geloofstrijd en kolonisatie vernielden de Spanjaarden eeuwenoude beschavingen en zorgden voor het verdwijnen van hele bevolkingsgroepen en hun waardevolle dieren. De ziekte Scabies (Schurft) werd eveneens door de Spanjaarden meegenomen waardoor in 1544 een derde deel van de lama- en guanacopopulatie stierf. Later werden ook vicugna's en alpaca's het slachtoffer. Alpaca's en lama's werden afgedaan als inheemse schapensoorten waarbij de lama werd gebruikt als pakezel. Ook de kennis van de alpacafokkerij ging hiemee verloren en binnen 100 jaar was 90% van de alpaca's en lama's verdwenen, alsmede 80% van de plaatselijke bevolking. Ruim twee eeuwen later werd de schoonheid en veerkracht van de alpacawol herontdekt en wekte daarmee wederom de interesse van de rest van de wereld. Wetenschappers moesten opnieuw een onderscheid zien te maken tussen de soorten kleine cameliden die men in Zuid-Amerika aantrof. De wilde vormen zijn de guanaco en de vicugna, de gedomesticeerde zijn de lama en de alpaca. Om uit te maken of de één wellicht van de ander afstamt is nog meer wetenschappelijk onderzoek nodig. Heden Tegenwoordig zijn de alpacahouderijen geconcentreerd in het hooggebergte van Zuid-Peru, Bolivia en Chili waar de leefomstandigheden zwaar zijn. Alpaca's in die gebieden staan niet alleen bloot aan zeer koude nachten met overdag een brandende zon, maar hebben zelden toegang tot moderne faciliteiten. In Zuid-Amerika en Peru leven nu nog zo'n 2,5 miljoen alpaca's, in Bolivia zijn er nog circa 500.000 geteld, in Chili en Argentinië echter zouden er nog maar 50.000 zijn. In 1984 importeerden Canada en Noord-Amerika hun eerste alpaca's. Momenteel zijn er meer dan 67.000 geregistreerde alpaca's in Noort Amerika. In 1989 volgden Australië en Nieuw Zeeland met de import van deze bijzondere diersoort. Het relatief mildere klimaat in deze streken en de hogere standaard van de veehouderij werkten positief voor de alpaca's. In 2001 werden in Australië al 40.000 alpaca's geteld en hun aantallen nemen sindsdien verder toe. In het Verenigd Koningrijk zijn er ongeveer 9000. Duitsland begon in 1994 met het importeren van alpaca's en in 2002 waren zo’n 1000 dieren geregistreerd. Individuele eigenschappen kleine cameliden Guanaco Guanaco's zijn wilde dieren. Eens zwierven ze rond in kuddes over de gehele Andes van woestijnachtig terrein tot op grote hoogte langs de westkust van Zuid-Amerika. Momenteel worden ze enkel nog aangetroffen aan de Zuid-Andes, Patagonië (dit zijn de zuidelijke helften van Chili en Argentinië. De guanaco's worden intensief bejaagd ten behoeve van de handel in huiden en het vlees wordt gegeten. Hun voortbestaan wordt dan ook ernstig bedreigd. Vacht: de kleur is altijd bruin met een zwart of grijs hoofd en een duidelijk gemarkeerde wit/grijze onderkant. De guanaco verliest een deel van de vacht tijdens het verharen hetgeen betekent dat ze elk jaar geschoren moeten worden om een te groot verlies van wol te voorkomen. Tanden: evenals bij de lama zijn de snijtanden geheel met glazuur bedekt. Lama Door bestudering van fossielen heeft men vastgesteld dat de lama waarschijnlijk afstamt van de guanaco. De skeletten en tanden vertonen zeer veel gelijkenis. Er zijn twee type lama's, de lanuda (het niet wollige type) en de pelada, een wollig type. De lanuda komt het meest voor en wordt in het hooggebergte gebruikt als lastdier. Ze kunnen lasten van 40 - 50 kilo dagelijks over afstanden tot 20 kilometer transporteren. Er bestaan geen wilde lama's meer. Vacht: kleur verschilt; lama's verliezen een deel van hun vacht tijdens het verharen. Dit betekent dat ze elk jaar geschoren moeten worden om een te groot verlies van wol te voorkomen. Tanden: evenals bij de guanaco zijn de snijtanden geheel met glazuur bedekt. Vicugna De vicugna is de meest gracieuze van de kamelenfamilie die meestal te vinden is op hoogten tussen de vier- en vijfduizend meter (ruim boven de boomgrens) van het Andesgebergte. Dit maakt de jacht op deze dieren extra lastig. Ze wegen tussen de 30 en 40 kilo en zijn slechts 90 cm hoog. Vacht: de vicugnawol is de fijnste ter wereld (10 - 15 microns dun). Het dier verliest een deel van de vacht tijdens het verharen waardoor ze elk jaar geschoren moeten worden. Wilde kuddes werden in de Inca-tijd dikwijls in kralen samengedreven en na het scheren weer losgelaten. De vacht is kaneelkleurig, witte buik en een licht gekleurd hoofd. Er bestaat een ondersoort van de vicugna, de vicugna mensalis, die een langharig borstgedeelte heeft. Tanden: aan de snijtanden zit geen glazuur aan de tongkant en de tanden groeien constant door. Alpaca Als men op de tanden afgaat, zou de alpaca afstammen van de vicugna, maar hierover zijn de wetenschappers het niet eens. De bottenstructuur is ook zeer vergelijkbaar met de vicugna uit het noorden, maar de wol is langer dan bij de vicugna's. Alpaca's en vicugna's hebben dezelfde speervormige korte oren met puntige uiteinden. Vacht: de kleuren zijn divers; meerkleurige dieren zijn echter minder gewild. Alpaca's verharen praktisch niet en hun haar groeit continue door. Ze moeten minimaal om het jaar geschoren worden. Tanden: aan de snijtanden zit, evenals bij de vicugna, aan de tongkant van de tanden geen glazuur en deze tanden groeien ook constant door. Soms is het noodzakelijk ze af te slijpen. Hybriden Doordat de gehele kamelenfamilie onderling met elkaar te kruisen is, wordt het herkennen van een raszuiver dier er niet eenvoudiger op. Een kruising zoals tussen een alpaca met een lama, vicugna of een guanaco, wordt een hybride genoemd. Een eerste generatie van een hybride-alpaca kan de wenselijke eigenschappen bezitten, bewezen is echter dat de nazaten van deze dieren die weer niet hebben. Het is daarom beter niet aan kruisingen te beginnen. Een kruising tussen een kameel en een dromedaris levert een dier op met slechts één bult met een kleine inkeping op de top. Kruisingen tussen een dromedaris en een guanaco worden "cama" genoemd. Een type dat in de Verenigde Arabische Emiraten gefokt wordt en die overeenkomt met hun gezamenlijke voorouders. Kruisingen van lama's en alpaca's hebben de 'huarizo' opgeleverd. Dit type dier komt vooral in Zuid-Amerika regelmatig voor. De groei en vleesproductie van deze kruising is minder dan die van de lama. Ze zien er vaak ongeproportioneerd uit en hebben soms korte benen. De wol heeft niet de kwaliteit van alpacawol. Een kruising tussen de twee kleinsten, een alpaca en een vicugna, heet een 'paco vicugna'. Dit zijn dieren met een tussenliggend formaat, kleur en bouw. De wol heeft de vicugna kwaliteit maar groeit langzamer dan alpacawol. Het is niet zo eenvoudig om een vicugna te kruisen met een van de andere lama-achtigen. Een vicugnahengst zal van kleins af aan met b.v. een alpaca of lama moeten zijn opgegroeid, wil hij dekken Helaas erven hun nakomelingen het wilde temperament van de vicugna waardoor het meestal moeilijk te hanteren of gevaarlijke dieren worden. Toch worden er nog steeds pogingen gedaan om een vriendelijk alpacatype te fokken met wol van gewilde vicugnakwaliteit. Meer info op www.vicunaregistry.com. Kruisingen tussen de grootste en de kleinste, lama en de vicugna. Ook dit zijn dieren met een tussenliggend formaat, kleur en bouw. De wolkwaliteit is die van de vicugna en ze produceren zelfs twee keer zoveel van deze prachtige wol. De dieren blijven echter moeilijk te hanteren en de mannetjes hebben zelfs een gevaarlijk karakter. Gedrag Geluid Tijdens vechten: luid gekrijs. Bij dreiging: een alarmroep die klinkt als 'spottend lachen', ditzelfde geluid hoort bij het paringsritueel. Tijdens de paring maakt de hengst een gorgelend geluid. Dagelijkse communicatie: hummen. Ga voor het beluisteren van de verschillende geluiden naar de site van Cathy Spalding . Herkauwen De alpaca maakt tijdens het herkauwen gebruik van een tweezijdige kaakbeweging. De kaken schuiven van links over het midden van de bek naar rechts en weer terug. Een koe of een hert herkauwt door de kaken van een kant naar het centrum in de bek te bewegen. Uiterlijke verschillen alpaca lama wollig hoofd met kuif glad/plat hoofd poten hebben wol gladde poten schofthoogte < 100 cm. schofthoogte > 100 cm. oren klein en speervormig maanvorm of de toppen vallen om zachte wol stugge wol gewicht tot 80 kg groter en zwaarder Erfelijkheid Alle kameelachtigen hebben 74 chromosomen of wel 37 paar (een mens heeft 46 chromosomen, dus 23 paar) en elke chromosoom bevat één spriraalvormig gewonden DNA-molecuul. Dit maakt het identificeren van raszuivere dieren op het eerste gezicht niet gemakkelijk. Het is echter wel mogelijk door gel-elektroforese van bloedmonsters (dat is een methode om d.m.v. een electrisch veld de serumeiwitten kwantitatief te bepalen) onderscheid te maken tussen zuivere alpaca's, lama's en hun kruisingsproducten. Hierbij worden 22 vermoedelijke genenloci (dat zijn de plaatsen in het chromosoom die door een bepaald gen worden ingenomen) met elkaar vergeleken. Dit is een tamelijk eenvoudige test die in combinatie met het uiterlijk uitsluitsel kan geven over de herkomst van een dier. Rol van de genen Welke eigenschappen we aan een toekomstig veulen willen meegeven hangt af van het vermogen van de ouders om de juiste genen door te geven. Hierbij zijn deskundigen op het gebied van DNA onderzoek onontbeerlijk. Zij verzamelen individuele prestaties en pedigree informatie om dit met elkaar te vergelijken en passen dan een genetische analyse toe. Met de uitkomst van zo'n onderzoek kan een beter fokresultaat verkregen worden. Enkele voorbeelden van erfelijke eigenschappen zijn: vachtkleur, aftekeningen, genetische defecten, blauwe ogen (recessief d.w.z. die komen bij overerving alleen naar voren als er geen dominante eigenschappen tegenoverstaan) en de structuur van de wolvezel. Pedigree Onder een pedigree wordt verstaan een dier waarvan de voorouders bekend zijn, kortgezegd één met een stamboom. Pedigree zegt iets over de eigenschappen van een dier zoals: vachtkleur, dicht- en fijnheid van de wol, de wol- en melkproductie, de ziektes, het karakter en temperament alsmede de (bewezen) productiviteit. Onder dat laatste wordt verstaan de mate waarin het dier in staat is goede nazaten te produceren. Bloedlijn Hieronder verstaan men niet zozeer de stamboom maar de directe afstammingslijn naar bijvoorbeeld de grootvader. De uitdrukkingen Bloedlijn of Pedigree worden vaak door elkaar gebruikt, en in zeker mate overlappen ze elkaar ook. Registratie Om een goede alpaca registratie op te zetten wordt begonnen met een bloedonderzoek. Hiermee moet bewezen kunnen worden dat een dier van de beweerde ouders afstamt. Verder is het chippen van de dieren aan te bevelen. Ook is het aanbevelenswaardig om foto's te verzamelen van voorouders en ook om wolproefjes van voorouders te bewaren. Het perfecte dier Om te beoordelen of een dier voldoet aan een zogenaamd ideaalbeeld is kennis noodzakelijk. Ten eerste kun je aan een jong dier niet zien of het uitgroeit tot een 'winner'. Jonge dieren zijn vaak ongeproportioneerd en groeischeuten geven een vertekend beeld. Toch vindt men het vaak leuk een jong dier aan te schaffen. In dat geval zou je naar de ouders van het dier, en zo mogelijk ook naar de grootouders, moeten kunnen kijken om een indruk te krijgen hoe het jong zal uitgroeien. Verder moet een dier een gezonde indruk geven, helder uit z'n ogen kijken en alert zijn. Om het exterieur te beoordelen is enige kennis omtrent het ideaalbeeld noodzakelijk. Achter- en voorbenen moeten recht zijn. Bij voorbenen zie je vaak een X-vorm. Door een dikke vacht is de vorm van de voorste benen soms niet goed te zien. Men kan de benen zonodig met water besproeien zodat de vorm beter tot uiting komt. Dat de voorbenen goed staan, is belangrijk omdat 60% van het gewicht daarop rust. De oren moeten per se klein zijn, de vorm ervan is van minder belang. Kleine bananenoortjes zijn minder erg dan lange puntoren. De snijtanden moeten met het kauwgedeelte goed aansluiten op de bovenkaak. In ontspannen toestand liggen de lippen gesloten om boven- en ondergebit. Wolkwaliteit is zeer belangrijk. De fijnheid en gelijkmatigheid kan worden geanalyseerd. Meer informatie op www.alpacahof.nl

vrijdag 12 november 2010

Kerst Creatief Beurzen België 2010

Kerst-creatief beurzen 2010: •13 & 14 november - Kortrijk-expo •20 & 21 november - Mechelen-Nekkerhallen •27 & 28 november - Antwerpen-expo Kerst Creatief Beurzen België 2010 Kortrijk 13 & 14 november 2010 Mechelen 20 en 21 november 2010 Antwerpen 27 en 28 november 2010 In november vinden de meest sfeerrijke kerstbeurzen van België weer plaats op 3 verschillende locaties; U wilt ze niet missen! Een unieke combinatie van hobbyisten en bedrijven daar rondom heen geeft een breed aanbod aan allerhande denkbare cadeautjes en materialen rondom het Kerstfeest.Van kaarsen tot kerstballen, via lekker hapjes en drankjes, richting schitterende cadeau´s en creativiteit materialen; de paden liggen er al netjes uitgestippeld en bekleed voor u bij op deze sfeervolle evenementen. Inca Dream is in vol ornaat aanwezig in Mechelen & Antwerpen Webadres Kerst Creatief Beurzen: www.hobbysalon.be