Soft and warm alpaca wool clothing❤️ 2 days DHL delivery + Free shipping How to buy: ⬇️⬇️⬇️ Online WWW.INCADREAM.NL
woensdag 23 maart 2011
Serpentijn steen -sieraden
Juwelen met turkoois stenen
Juwelen uit Peru
maandag 21 maart 2011
Inca Dream Peruaanse handicraft
Inca Dream is created to offer to the world the beauty of the Peru, the dexterity of its and the whole culture of the Peru.
Inca Dream is a great place where you to buy: alpaca fashion clothing & accessories, gift, stuffed toys, unique gifts, gifts, fur, rug, hide, hides, hat, coat, jacket, rugs, clothes, bear, toy, handmade, plush, slippers, present, sweater, scarf, bears, fabric, yarn, socks, wool, hide, shawl, blanket, christmas, valentine's gift, christma's gifts, christma's present, product, items, Peruvian, cotton, t-shirt, jewelry, wallet, belt, skin, stone, ornament, ceramic, chess set, decor, carpet, chullos, silver, handicrafts, ponchos, cape, doll, cushion, pillow, home decor, fleece, crafts, apparel, clothing, dresses, children's dress, bedspreads, cardigan, vest, stole, mitt, gloves, skins, pashmina, bracelet, costume jewelry, tablecloths, tapestry, handbags, travelbags, pipe, puppet.
zondag 20 maart 2011
Peruaanse baby draagdoek
De moeders in de peruaanse andes dragen hun baby de hele dag bij zich. Dit is praktisch om de handen vrij te hebben zodat de dagelijkse handelingen gewoon kunnen doorgaan. Ook de producten voor de markt worden in de geweven doeken gedragen. De mindere, grovere kwaliteit wordt verwerkt tot dekens, aardappel zakken of touwen.
Inca kruis- Chacana
Chacana betekent letterlijk:
1. Trap of ladder
2. Andes- of Incakruis dat een reflectie geeft van 3 werelden.
Het trapvormig kruis is gemaakt in de vorm van een kruis met gelijke armen die verwijzen naar kardinale punten van de windrichtingen (het kompas) en een vierkant dat verwijst naar de twee andere bestaansniveaus.
De drie bestaansniveaus zijn:
Hanaq Pacha - de bovenwereld waar de superieure goden verblijven,de lucht, hemel
Kay Pacha - de midden - / fysieke - / materiële wereld waar wij verblijven,huidig tijdperk
Ucu / Urin Pacha - de onderwereld waar de geesten van de dood, de voorouders en andere entiteiten hecht contact met de aarde onderhouden, innerlijke wereld, plaats waar intuïtie en dromen komen.
Het gat in het midden van het kruis is de as waardoor de sjamaan het kosmische verplaatst naar de andere niveaus. Inca’s gebruikte de verhoudingen van dit kruis in bouwwerken, sieraden en als medicijnwiel.
Voor de inheemse volkeren zijn wij allemaal een vonk (een Spirit) van de Grote Spirit, net als de dieren, planten en stenen. Ons fysieke lichaam is het vervoermiddel van onze Spirit, om zo ervaringen op te doen waar lessen uit geleerd kunnen worden, om steeds wijzer te worden en het Medicijnwiel helpt hierbij.
Medicine way
Deze levenswijze wordt door bijv. de Indianen de "Medicine way" genoemd. De cirkel kent diverse wegen, de weg die je volgt door je Spirit te volgen wordt de "Red way" genoemd of de "Beauty way". Dit is niet de makkelijkste weg, en daarom zullen veel mensen kiezen voor de zogenaamde sluiproutes, de Indianen noemen dit het pad van het vlees, omdat daar alleen de tastbare dingen belangrijk zijn. Voor de sjamaan heeft het woord medicijn een heel andere betekenis dan die van de westerse wereld. Het betekent een krachtige energie waar je onbeperkt gebruik van kunt maken, het betekent ook hogere kennis en wijsheid. Dus het Medicijnwiel kun je omschrijven als de cirkel van kennis die kracht geeft en alles omvattend is.
De kringloop van het levenHet medicijnwiel symboliseert de kringloop van het leven en de schepping. De 36 stenen hebben hun eigen plek en betekenis in het wiel. Het medicijnwiel zoals we het hier weergegeven, is grotendeels gebaseerd op de beschrijving van Kenneth Meadows ('Flying Horse'). Maar andere volkeren hebben afwijkende medicijnwielen.
RitueelHet leggen van een medicijnwiel is een ritueel wat van die plaats een 'krachtplek' maakt. De cirkel is heilig en mag alleen via de paden van de vier windstreken worden betreden.
Hoe leg je een medicijnwiel
In het midden ligt de 'Creator'. Daaromheen liggen 7 stenen, je begint altijd in het oosten en gaat met de klok mee. De 1e steen is moeder Aarde, dan vader Zon, grootmoeder Maan, en de vier elementen: aarde (Schilpad-clan), water (Kikker-clan), vuur (Havik-clan) en lucht (Vlinder-clan). In de buitenste cirkel liggen 4 stenen die de specifieke natuurkrachten van de 4 windrichtingen vertegenwoordigen en de 12 stenen voor ieder dierenriemteken.De stenen van de 4 windrichtingen verbinden de buitenste met de binnenste cirkel. Ieder van de 12 totemdierstenen op de buitenste cirkel vertegenwoordigt een specifieke kwaliteit van het leven.
Geen begin en geen eind
De westerse denkwijze dat elk begin een einde heeft bestaat voor de Indianen niet, voor hen is het leven en alles daar omheen een proces van doorlopende veranderingen. Het aardse leven wordt gesymboliseerd door de cirkel die begint in het oosten van het medicijnwiel. Hier krijgt de Spirit een fysiek lichaam, de geboorte van een kind. Het oosten heeft een gele kleur, de kleur van de opkomende zon en van verlichting. Het kind groeit op en komt als puber terecht in het zuiden. De kleur van het zuiden is rood, de kleur van levensenergie en bloed. De weg gaat verder naar het westen tot in de volwassenheid. Hier is de kleur zwart, de kleur van de vormeloosheid waaruit alle vorm voortkomt.
Vervolgens komen we in het noorden waar men de ouderdom tegemoet gaat, de kleur is hier wit, de kleur van het licht. Van hieruit gaan we weer in het oosten waar het lichaam weer teruggegeven word aan de aarde. De cirkel begint opnieuw.
Deze informatie komt uit : http://andere-ogen.blogspot.com/
Leuke baby en kinder vestje
Een ideaal cadeautje, waar de ontvanger veel plezier van gaat krijgen!Een kindje moet worden omringd met gezellige warmte. Dit was het uitgangspunt voor het breien van deze jasjes.
De vest is heerlijk warm en kriebelt niet, met grote zakken,en ritssluiting voor gemakkelijk aan- en uittrekken. En heerlijk warm voor in het voorjaar of in de zomer, dan kun je dit ook prima als alternatief voor een jasje gebruiken.
Leuk om cadeau te geven (en om cadeau te krijgen natuurlijk!) Gemaakt van zachte wol en je kunt het op 30 graden wassen. Met leuke handgeborduurde details zoals de bloemetjes, llama’s, cactus, etc.
Gebreide baby en kinder tuniekje
Deze tuniekje is heerlijke om aan te trekken op een frisse dag!. Het model heeft een capuchon en kangoeroe zaken. Met deze woltuniek ziet je kleine prins of prinses er knap uit ..erg leuk!! Dit garen kriebelt niet en veroorzaakt geen jeuk dit is een heerlijk tuniek om te dragen.
Het "arpilleria" design zorgt voor een driedimensionale uitstraling - scènes van lama's, schapen, eenden, bergen, zon, bloemen, bomen en wolken regen zullen de verbeelding stimuleren! Elke poncho is liefdevol met de hand geborduurd - een tijdrovende arbeid - en een uniek stukje van Peru folklore kunst. De wol is afkomstig van onze ambachtslieden in Lima, Peru
Peruaanse gebreide baby - kinder poncho
vrijdag 18 maart 2011
Wat is een PONCHO ?
Een poncho is een van origine Zuid-Amerikaans kledingstuk dat bestaat uit een rechthoekige doek met in het midden een gat om het hoofd door te steken.
Wollen poncho's zijn een veel voorkomende dracht in de Peruaanse Andes. Van origine komt het kledingstuk uit het grensgebied tussen Chili en Argentinië en werd het in de loop van de zeventiende eeuw ontwikkeld als alternatief voor de unku. Dat traditionele Inca-kledingstuk was namelijk door de Spaanse veroveraars verboden omdat het de culturele identiteit van de Zuid-Amerikaanse indianen te zeer zou versterken.
Met de belangstelling voor niet-westerse culturen die samenging met de hippiecultuur van de jaren 1960 werd de poncho ook in de westerse wereld populair.
In West-Europa wordt de poncho vooral als een soort regenjas gebruikt. Wandelaars gebruiken dit om ook hun rugzak tegen de regen te beschermen. Er zijn ook regenponcho's speciaal voor op de fiets. Deze hebben een grote voorflap om aan het stuur vast te maken, een kleine achterflap voor op de rug en een capuchon voor op het hoofd. Tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd de regenponcho veelal van oliegoed vervaardigd, later van kunststoffen, meestal gecombineerd met textiel.
www.incadream.nldonderdag 17 maart 2011
Verwerkingsproces alpacawol
Description of Processes
1. Raw material selection
The alpaca and llama breeders (who are based in different zones of the Peru Highlands) bring their varying classes of fibre to out warehouses in Lima.
2. Fibre sorting
The alpaca and llama fleeces are first graded and then sorted for fineness and colour. This operation is carried out by ladies whose skills of selection have been handed down from generation to generation.
Texture
Quality:
Baby, Superfine, Adult, Coarse
Microns:
(21 - 22) (24 - 25.5) (27 - 28,5) (30 - 33,0)
Colour Selection:
White, Cream, Black, Brown, Grey and derivative colours a total of 16 natural colours.
3. Scouring.
The wool (fibre) scouring operation has the objective of removing the natural grease and any extraneous dust that the fleeces collect.
The wool scouring is carried out on the a large industrial machine containing 5 separate washing bowls using clean warn water and bio-degradable. Detergent leaving the fibre clean and containing no more then 0.5% of it’s natural lanolin.
4. Carding and Combing.
The carding process removes a percentage of the vegetable matter and coarse hair and presents the raw material in a continuous sliver. The material is a then combed on rectilinear combs where the short fibres and the remaining vegetable matter is removed. The resultant sliver is then passed through a series of gilling operations designed to aligns the fibres and make the sliver more regular. Designed to aligns the individual fibres and make the sliver more regular in preparation for the spinning operation.
5. Yearn Processing.
The final product of the carding and combing operation universally know as ball tops are passed through a further series of gilling passages designed to reduce the weight of the sliver and present it in a desirable state for the yarn spinning process. This is done on the spinning frames where the sliver is reduced to its required thick ness and twisted to give the yarn strength and durability. We produces a range of yarns from 6 to 30 NM and these yarns are flyed to give the yarn further strength and durability consistent with the requirements of the client.
6. The dyeing process.
Though alpaca and llama fibre comes in a rich palette of natural shades, in order to satisfy the international fashion markets we have to dye a wide range of colours. The yarns dyeing is carried out in a pressurised vessel using Eco-friendly dyestuffs which are approved for garment manufacture.
1. Raw material selection
The alpaca and llama breeders (who are based in different zones of the Peru Highlands) bring their varying classes of fibre to out warehouses in Lima.
2. Fibre sorting
The alpaca and llama fleeces are first graded and then sorted for fineness and colour. This operation is carried out by ladies whose skills of selection have been handed down from generation to generation.
Texture
Quality:
Baby, Superfine, Adult, Coarse
Microns:
(21 - 22) (24 - 25.5) (27 - 28,5) (30 - 33,0)
Colour Selection:
White, Cream, Black, Brown, Grey and derivative colours a total of 16 natural colours.
3. Scouring.
The wool (fibre) scouring operation has the objective of removing the natural grease and any extraneous dust that the fleeces collect.
The wool scouring is carried out on the a large industrial machine containing 5 separate washing bowls using clean warn water and bio-degradable. Detergent leaving the fibre clean and containing no more then 0.5% of it’s natural lanolin.
4. Carding and Combing.
The carding process removes a percentage of the vegetable matter and coarse hair and presents the raw material in a continuous sliver. The material is a then combed on rectilinear combs where the short fibres and the remaining vegetable matter is removed. The resultant sliver is then passed through a series of gilling operations designed to aligns the fibres and make the sliver more regular. Designed to aligns the individual fibres and make the sliver more regular in preparation for the spinning operation.
5. Yearn Processing.
The final product of the carding and combing operation universally know as ball tops are passed through a further series of gilling passages designed to reduce the weight of the sliver and present it in a desirable state for the yarn spinning process. This is done on the spinning frames where the sliver is reduced to its required thick ness and twisted to give the yarn strength and durability. We produces a range of yarns from 6 to 30 NM and these yarns are flyed to give the yarn further strength and durability consistent with the requirements of the client.
6. The dyeing process.
Though alpaca and llama fibre comes in a rich palette of natural shades, in order to satisfy the international fashion markets we have to dye a wide range of colours. The yarns dyeing is carried out in a pressurised vessel using Eco-friendly dyestuffs which are approved for garment manufacture.
donderdag 25 november 2010
Alpacahof- Alpaca Wol
De vacht van alpaca's is van een hoogwaardige wolsoort die sterker, warmer en lichter is dan de wol van schapen en het is ook nog eens hypo-allergenisch. De vezelstructuur is zowel zeldzaam als superfijn en de zachtheid is te vergelijken met kasjmierwol. Alpacawol is er in 22 natuurlijke tinten met wel 200 schakeringen waardoor het verven in bepaalde kleuren vaak niet eens nodig is en het gebruik van scherpe chemicaliën achterwege kan blijven. De ruwe wol is vrij van lanoline waardoor de verwerking relatief eenvoudig is.
Sf en Pf haarfollikels
De foetes heeft primaire follikels (Pf) over de gehele huid. Bij de geboorte bestaat het grootste gedeelte van de vacht uit primaire follikels, die dikke vezels geven. Vlak na de geboorte ontwikkelen zich secundaire follikels (Sf) rond de primaire follikels. Later ontstaan uit de primaire follikels zogenaamde gemedulleerde (medulla = merg) vezels. Dit zijn ongewenste, stugge vezels die moeilijk te verwerken zijn. Gedurende de eerste maanden komen er steeds meer vezels uit secundaire follikels bij; dit zijn dunnere vezels. Na ongeveer de vierde maand bestaat de vacht voornamelijk uit dunne vezels uit de secundaire follikels. Na de achtste maand worden de vezels dikker (zie MFD). De Sf : Pf is de verhouding tussen secundaire en primaire haarfollikels. Bij de alpaca is deze gemiddeld 7:2.
Soft rolling skin
Wanneer een alpaca een losse huid heeft, de zogenaamde "soft rolling skin", dan heeft de vacht de volgende kwaliteiten en voordelen.
- Groter huidoppervak betekent een zwaardere vacht.
- Hoge dichtheid van secundaire follikels betekent een fijne zachte wol, hoge opbrengst en een betere lengte van de lok.
- Vezels van gelijke grootte geeft een zachtere wol.
- Betere elasticiteit van de vezels geeft een betere krulling.
- Cilindervormige vezels bevorderen zachtheid en glans.
Vacht van oudere dieren
- Kwaliteit neemt af.
- Gewicht van vacht wordt minder.
- De groei gaat langzamer waardoor vezellengte korter is.
- Percentage gemedulleerde vezels stijgt.
MFD
De medium fiber diameter (MFD), gemiddelde vezeldiameter stijgt vanaf de achtste levensmaand. In de eerste drie jaar stijgt de MFD met 2 á 3 micrometer (=1/1000 cm) per jaar. Na drie jaar neemt de groei van de vacht af. Vanaf drie jaar blijft de dikte gelijk, maar stijgt het aantal gemedulleerde vezels.
Wol gewicht
Drie kilo per vacht is een vrij normale opbrengst. De dikte van de haren wordt weergegeven in microns.
- Alpaca heeft wol met een dikte tussen de 15 en 40 micron. De dikte is verder afhankelijk van aanleg en leeftijd.
- Vicuna heeft de dunste vezel; tussen de 10-15 micron. De opbrengst is slechts 0,5 kilo per vacht.
Wolkwaliteit en erfelijkheid
De kwaliteit van de wol is niet alleen afhankelijk van omgevingsfactoren, maar eerder sterk genetisch bepaald. Het is daarom interessant de wolkwaliteit van de ouders of nog beter de grootouders te kennen. Een dier van twee jaar oud met maar 15 micron kan op zijn vijfde jaar een heel ander percentage vezels met een lage micronwaarde vertonen. Je kunt dit van te voren "weten" wanneer de gegevens van de voorouders bekend zijn.
Crimp (rimpeling of golfjes)
De meningen over het voordeel van een mooie crimp van de wol zijn verdeeld. Hoe belangrijk is het? Eric Hoffman vindt het een onbelangrijke eigenschap en zegt dat het in de wol-verwerking geen verschil maakt. De crimp zou niets uit te staan hebben met de fijnheid van de wol. Dr. Julio Sumar, een zeer vooraanstaand keurmeester uit Peru, meent juist dat crimp bij de Huacaya gewenst is omdat het de fijnheid van de vezels aangeeft. Onderzoek door Alpaca World Magazine (UK) heeft uitgewezen dat 'hoge crimp wol' in de Peruaanse wolindustrie hoog gewaardeerd wordt en daarom apart verwerkt wordt (AWM herfst 2004, blz.42).
Scheren van de wol
Scheren gebeurt in het voorjaar. Voor het scheren wordt er niet gewassen of geborsteld. Men kan oppervlakkig vuil er met de hand afkloppen, strootjes wegplukken en met een luchtspuit op de compressor de vacht schoonblazen. Omdat de wol van alpaca's langzaam groeit is het verstandig om ze niet te kaal te scheren. Het wordt aangeraden ongeveer een centimeter wol te laten zitten met bovenop het hoofd een 'petje' als bescherming tegen weersinvoeden zoals de UV-stralen van de zon. Het scheren begint op de ruglijn en daarna parallel langs de ruglijn over de flanken naar beneden. Probeer de wol meteen op een lengte te scheren. Hoe langer de wol, des te gemakkelijker is die te verwerken. Allemaal korte eindjes zijn niets waard. De mooiste wol komt van de rug naar de flanken toe en van de schouders; leg deze daarom meteen apart. De tweede kwaliteit wol komt van de nek en tenslotte, als minste kwaliteit, de wol aan de buik, de bovenbenen en de onderbenen. De wol aan de nek is korter en groeit langzamer dan de rest, vandaar dat je vaak ziet dat bij het scheren aan de nekpartij wat meer wol blijft zitten. Aan het staartje laat men meestal ook de wol staan. Alpaca's zijn gevoelige dieren en het scheren kan een ervaring zijn die heel beangstigend voor ze is. Alleen al het vreemde geluid van een electrisch apparaat is doodeng. Zorg in ieder geval dat de omgeving rustig is; dus liever geen vreemde toeschouwers, gillende kinderen of blaffende honden. Sommige mensen geven hun dieren voor het scheren een kalmeringsmiddel terwijl anderen er de voorkeur aangeven de poten vast te binden. Na het vastleggen van alle vier de poten gaat het dier liggen, waarna het van de ene zijde op de andere kan worden gerold. Deze vrij eenvoudige scheerklus kan door twee mensen worden uitgevoerd. Het prettigst voor het dier is dat het gewoon rechtopstaand geschoren wordt, terwijl het aan het hoofdstel wordt vasthouden. Hiervoor moet het dier geleerd hebben, aangeraakt te worden. Dit houdt een regelmatige training in waarbij alle delen van het lijf worden aangeraakt, zonder dat het dier overstuur raakt. Als het dier eenmaal heeft ervaren hoe prettig het voelt zonder jas, zal het zich de volgende keer gemakkelijker laten hanteren.
Wol spinnen
Alpacawol is zacht, sterk, licht en warm. Nadat de alpaca’s geschoren zijn, heb je dus het neusje van de zalm in huis! Omdat alpacawol fijner van structuur en minder vet dan schapenwol is, blijft er doorgaans weinig vuil in de vacht hangen.
Voordat je de wol gaat kaarden, kun je de vacht uitkloppen en met de hand de grootste ongerechtigheden verwijderen. Sommige spinners geven er de voorkeur aan de vacht eerst te wassen alvorens die te gaan spinnen. Dit is niet verkeerd en je zou het kunnen uitproberen om te zien wat voor jou het prettigst werkt.
Met alpacawol kun je een hele dunne draad spinnen en dat is plezierig omdat alpacawol flink isoleert. Een dunne trui van alpacawol geeft namelijk net zoveel warmte als een dikke schapenwollen trui.
Omdat alpaca’s in wel meer dat twintig natuurlijke kleuren voorkomen, kun je het verven eventueel achterwege laten.
Vacht wassen
Wil je toch de vacht wassen voordat die gesponnen wordt, dan kun je dat als volgt doen.
Weeg een hoeveelheid vacht af die je denkt nodig te hebben voor je project, plus 100 gram extra om het verlies van haren en vuil te compenseren.
Voor het wassen van een vacht kun je een rechthoekige bak gebruiken, een kinderbadje of de badkuip. Emmers zijn minder geschikt omdat daarin de vacht in de war kan raken. De vacht moet gewoon lekker ruim in het water kunnen liggen.
Vul de bak met warm water van ongeveer 60 graden (dus net te heet voor je handen) en voeg een flinke scheut zacht (vloeibaar) wasmiddel toe, roer dit met een pollepel door het water zodat het goed oplost. Te veel wasmiddel is minder erg dan te weinig.
Leg nu de vacht op het water en duw deze rustig onder. Blijf duwen tot de vacht onder water blijft liggen en laat het zo staan. Niet kneden of meteen al het water willen verschonen want door al dat gekneed en geknijp kan de wol gaan vervilten.
Na 24 uur schuif je de vacht naar de rand om te kijken hoe vuil het water is; eventueel kun je het nog eens een paar nachten langer laten staan.
Uitspoelen. Leg een paar schone oude handdoeken neer. Druk de vacht weer tegen de rand van je wasbak, til het uit het water en leg het op de handdoek. Neem nu schoon handwarm water en leg de vacht er opnieuw in, herhaal dit een paar keer tot het water geen kleur meer heeft.
Nu de vacht schoon is, leg je die op een schone badhanddoek. Je rolt het geheel op en drukt voorzichtig het water eruit. Neem opnieuw een droge handdoek en spreidt hier de gewassen vacht op uit om verder te laten drogen. Hierna geduldig afwachten!
Gebruik geen wasverzachter als je van plan bent de wol later nog te gaan verven.
Voor het wassen van schapenwol gelden met betrekking tot de watertemperatuur andere regels.
Machinaal spinnen
De meeste wolfabrieken zijn ingesteld op het verwerken van schapenwol. Om alpacawol te kunnen spinnen zouden de machines moeten worden aangepast. Maar omdat dit geen kwestie is van "even een knopje omzetten" zullen de meeste fabrieken geen kleine hoeveelheden alpacawol willen afnemen.
Uiteraard zijn er in Europa gespecialiseerde fabrieken die dat wel kunnen, je wordt dan geacht flink wat kilo’s wol aan te leveren.
Spincursus
Zelf spinnen is natuurlijk het leukste en het is een hobby die weer helemaal terug komt.
Als je nog nooit hebt gesponnen, kun je daarin een korte cursus volgen. Meestal leer je dan ook werken op verschillende soorten spinnewielen zodat je meteen leert wat er op de markt is.
Kijk eens op de website van De Spinkamer.
Nieuwe spinnewielen zijn niet goedkoop maar er is een levendige handel in gebruikte en betaalbare wielen op het internet te vinden. Bekende merken zijn de Nederlandse Louët en de Nieuw Zeelandse Ashford. Of kijk bij de Wolboerderij "Blij Bezuiden".
Voor informatie over spincursussen en nog veel meer spinnieuws kun je kijken op de site van de Landelijke Spingroep
De Kamelenfamilie
Tot deze familie behoren de Kamelen van de Oude Wereld en de Lama's van de Nieuwe Wereld, samengebracht in één familie de Camelidae (kameelachtigen). Er zijn van deze evenhoevige zoogdieren nu nog zes levende soorten bekend.
Van groot naar klein zijn dat:
Grote cameliden van de Oude Wereld: gewicht in kilo hoogte in cm
1 Kameel - camelus bactrianus met twee vetbulten 450 - 700 180 - 250
2 Dromedaris - camelus dromedarius met een bult 450 - 500 200 - 230
Kleine cameliden van de Nieuwe Wereld: gewicht in kilo hoogte in cm
3 Lama - lama glama 90 - 160 150
4 Guanaco - lama guanicoe 80 - 120 125
5 Alpaca - vicugna pacos 45 - 80 100
6 Vicugna - vicugna vicugna 30 - 40 90
Al deze soorten hebben hetzelfde aantal chromosomen en zijn daardoor met elkaar te kruisen. De nakomelingen onderling zijn eveneens vruchtbaar. Verdere overeenkomsten zijn de lange nek, een naar verhouding klein hoofd, een gespleten bovenlip, het herkauwen van voedsel (drie magen) en de telgang. Ook delen ze de karakteristieke maar beruchte eigenschap om te spugen.
Prehistorie en evolutie
De oervorm van de kamelenfamilie begint zo'n 40 miljoen jaar geleden in Noord-Amerika. Uit bestudering van fossielen blijkt dat de eerste camelidae betrekkelijk klein waren, de Centicamelus (Lat. centi = 100) was niet groter dan een meter. Maar er zijn uiteindelijk wel vijftig soorten van camelidaefossielen gevonden waarvan de grootste, de Aepycamelus (Gr. aipus = hoog), ruim 5 meter was. Hoewel de kamelen beschouwd worden als Oude Wereld dieren, hebben zij het grootste deel van hun evolutie doorgemaakt in Noord-Amerika. Daar ontwikkelden zij zich en ontstonden er nieuwe variaties van wilde kameelachtigen.
Hemiauchenia macrocephala
Gedurende de ijstijd, ongeveer 3 miljoen jaar geleden, migreerden veel dieren naar voor hen betere leefgebieden. Een van deze wilde kameelachtigen, de Hemiauchenia (Lat. hemi = half, 190 cm hoog, circa 90 kg, herbivoor), trok van Noord-Amerika naar Zuid-Amerika. Daar verspreidden ze zich over de uitgestrekte boomloze hoogvlakten ten oosten van het Andesgebergte in Bolivia en in een deel van Argentinië. De Hemiauchenia was langbenig en had een lange nek. Het werd de eerste soort van de kamelenfamilie in (Zuid-Amerika) die later over het gehele Andesgebied te vinden was. In diezelfde tijd migreerde een andere tak van deze kamelenfamilie, via de Beringstraat naar Azië. Dit type heeft uiteindelijk aan die wieg van de huidige Dromedaris van Afrika en de Kameel van Azië gestaan.
Paleolama en de Lama
Na een miljoen jaar ontstonden naast de Hemiauchenia twee nieuwe geslachten n.l. de Paleolama (Paleo = oud/oorsprong, 180 cm hoog, circa 60 kilo, herbivoor) en de Lama. Deze twee hadden zich aangepast aan het bergleven met wat kortere benen en een gebit dat beter was afgestemd op het soort voedsel. De Paleolama trok langs de westkust van Zuid-Amerika omhoog, over de landengte bij de Golf van Panama, naar Mexico richting Texas, Louisiana, Missisippi en Florida.
In november 2005 hebben Zwitserse archeologen in Syrië botten van een uitgestorven reuzenkameel ontdekt. Het tot nu toe onbekende dier, dat ongeveer 100.000 jaar geleden leefde, was bijna net zo groot als een giraf. De beenderen hebben bijna de dubbele omvang van de botten van een normale kameel, maakten de wetenschappers bekend. Uit de vondsten menen de onderzoekers te kunnen afleiden dat de reuzenkameel één bult had, dus een dromedaris was. Tot nu toe nam de wetenschap aan dat de dromedaris zich uit de tweebultige kameel ontwikkelde. Mogelijk is deze theorie na de vondst in Syrië aan herziening toe, stellen de Zwitsers.
Guanacoe en de Vicugna
Veel grote zoogdieren waaronder de Hemiauchenia en de Paleolama, met nog een aantal aanverwante soorten die in Noord-Amerika leefden, zijn ongeveer 11.000 jaar geleden uitgestorven. De enige wilde soorten die overleefden waren de in Zuid-Amerika levende Guanacoe en de Vicugna. Later, zo'n 5000 jaar geleden, verschijnen er ook de gedomesticeerde soorten zoals de Lama en de Alpaca. Gedurende 2 á 3000 jaar waren het culturen zoals de Chavin, Nazca en de Huari die alpaca's fokten en de wol verwerkten tot prachtig gekleurde stoffen. Hoewel de Vicugna nog steeds als wilde soort bestaat, werd de Guanaco al snel door de Zuid- Amerikanen gedomesticeerd. Het staat vast dat er reeds 6 á 7000 geleden grote Guanacokuddes bestonden.
De geschiedenis na 1536
In plaats van natuurgeweld zorgden nu de Spaanse veroveringen van 1536 voor grote veranderingen in Zuid-Amerika. Het Incarijk viel uiteen en er heerste chaos. Door onwetendheid, geloofstrijd en kolonisatie vernielden de Spanjaarden eeuwenoude beschavingen en zorgden voor het verdwijnen van hele bevolkingsgroepen en hun waardevolle dieren. De ziekte Scabies (Schurft) werd eveneens door de Spanjaarden meegenomen waardoor in 1544 een derde deel van de lama- en guanacopopulatie stierf. Later werden ook vicugna's en alpaca's het slachtoffer. Alpaca's en lama's werden afgedaan als inheemse schapensoorten waarbij de lama werd gebruikt als pakezel. Ook de kennis van de alpacafokkerij ging hiemee verloren en binnen 100 jaar was 90% van de alpaca's en lama's verdwenen, alsmede 80% van de plaatselijke bevolking. Ruim twee eeuwen later werd de schoonheid en veerkracht van de alpacawol herontdekt en wekte daarmee wederom de interesse van de rest van de wereld. Wetenschappers moesten opnieuw een onderscheid zien te maken tussen de soorten kleine cameliden die men in Zuid-Amerika aantrof. De wilde vormen zijn de guanaco en de vicugna, de gedomesticeerde zijn de lama en de alpaca. Om uit te maken of de één wellicht van de ander afstamt is nog meer wetenschappelijk onderzoek nodig.
Heden
Tegenwoordig zijn de alpacahouderijen geconcentreerd in het hooggebergte van Zuid-Peru, Bolivia en Chili waar de leefomstandigheden zwaar zijn. Alpaca's in die gebieden staan niet alleen bloot aan zeer koude nachten met overdag een brandende zon, maar hebben zelden toegang tot moderne faciliteiten. In Zuid-Amerika en Peru leven nu nog zo'n 2,5 miljoen alpaca's, in Bolivia zijn er nog circa 500.000 geteld, in Chili en Argentinië echter zouden er nog maar 50.000 zijn. In 1984 importeerden Canada en Noord-Amerika hun eerste alpaca's. Momenteel zijn er meer dan 67.000 geregistreerde alpaca's in Noort Amerika. In 1989 volgden Australië en Nieuw Zeeland met de import van deze bijzondere diersoort. Het relatief mildere klimaat in deze streken en de hogere standaard van de veehouderij werkten positief voor de alpaca's. In 2001 werden in Australië al 40.000 alpaca's geteld en hun aantallen nemen sindsdien verder toe. In het Verenigd Koningrijk zijn er ongeveer 9000. Duitsland begon in 1994 met het importeren van alpaca's en in 2002 waren zo’n 1000 dieren geregistreerd.
Individuele eigenschappen kleine cameliden
Guanaco
Guanaco's zijn wilde dieren. Eens zwierven ze rond in kuddes over de gehele Andes van woestijnachtig terrein tot op grote hoogte langs de westkust van Zuid-Amerika. Momenteel worden ze enkel nog aangetroffen aan de Zuid-Andes, Patagonië (dit zijn de zuidelijke helften van Chili en Argentinië.
De guanaco's worden intensief bejaagd ten behoeve van de handel in huiden en het vlees wordt gegeten. Hun voortbestaan wordt dan ook ernstig bedreigd.
Vacht: de kleur is altijd bruin met een zwart of grijs hoofd en een duidelijk gemarkeerde wit/grijze onderkant. De guanaco verliest een deel van de vacht tijdens het verharen hetgeen betekent dat ze elk jaar geschoren moeten worden om een te groot verlies van wol te voorkomen.
Tanden: evenals bij de lama zijn de snijtanden geheel met glazuur bedekt.
Lama
Door bestudering van fossielen heeft men vastgesteld dat de lama waarschijnlijk afstamt van de guanaco. De skeletten en tanden vertonen zeer veel gelijkenis.
Er zijn twee type lama's, de lanuda (het niet wollige type) en de pelada, een wollig type.
De lanuda komt het meest voor en wordt in het hooggebergte gebruikt als lastdier.
Ze kunnen lasten van 40 - 50 kilo dagelijks over afstanden tot 20 kilometer transporteren.
Er bestaan geen wilde lama's meer.
Vacht: kleur verschilt; lama's verliezen een deel van hun vacht tijdens het verharen.
Dit betekent dat ze elk jaar geschoren moeten worden om een te groot verlies van wol te voorkomen.
Tanden: evenals bij de guanaco zijn de snijtanden geheel met glazuur bedekt.
Vicugna
De vicugna is de meest gracieuze van de kamelenfamilie die meestal te vinden is op hoogten tussen de vier- en vijfduizend meter (ruim boven de boomgrens) van het Andesgebergte. Dit maakt de jacht op deze dieren extra lastig. Ze wegen tussen de 30 en 40 kilo en zijn slechts 90 cm hoog.
Vacht: de vicugnawol is de fijnste ter wereld (10 - 15 microns dun). Het dier verliest een deel van de vacht tijdens het verharen waardoor ze elk jaar geschoren moeten worden. Wilde kuddes werden in de Inca-tijd dikwijls in kralen samengedreven en na het scheren weer losgelaten. De vacht is kaneelkleurig, witte buik en een licht gekleurd hoofd. Er bestaat een ondersoort van de vicugna, de vicugna mensalis, die een langharig borstgedeelte heeft.
Tanden: aan de snijtanden zit geen glazuur aan de tongkant en de tanden groeien constant door.
Alpaca
Als men op de tanden afgaat, zou de alpaca afstammen van de vicugna, maar hierover zijn de wetenschappers het niet eens.
De bottenstructuur is ook zeer vergelijkbaar met de vicugna uit het noorden, maar de wol is langer dan bij de vicugna's. Alpaca's en vicugna's hebben dezelfde speervormige korte oren met puntige uiteinden.
Vacht: de kleuren zijn divers; meerkleurige dieren zijn echter minder gewild. Alpaca's verharen praktisch niet en hun haar groeit continue door. Ze moeten minimaal om het jaar geschoren worden.
Tanden: aan de snijtanden zit, evenals bij de vicugna, aan de tongkant van de tanden geen glazuur en deze tanden groeien ook constant door. Soms is het noodzakelijk ze af te slijpen.
Hybriden
Doordat de gehele kamelenfamilie onderling met elkaar te kruisen is, wordt het herkennen van een raszuiver dier er niet eenvoudiger op.
Een kruising zoals tussen een alpaca met een lama, vicugna of een guanaco, wordt een hybride genoemd. Een eerste generatie van een hybride-alpaca kan de wenselijke eigenschappen bezitten, bewezen is echter dat de nazaten van deze dieren die weer niet hebben. Het is daarom beter niet aan kruisingen te beginnen.
Een kruising tussen een kameel en een dromedaris levert een dier op met slechts één bult met een kleine inkeping op de top.
Kruisingen tussen een dromedaris en een guanaco worden "cama" genoemd. Een type dat in de Verenigde Arabische Emiraten gefokt wordt en die overeenkomt met hun gezamenlijke voorouders.
Kruisingen van lama's en alpaca's hebben de 'huarizo' opgeleverd. Dit type dier komt vooral in Zuid-Amerika regelmatig voor. De groei en vleesproductie van deze kruising is minder dan die van de lama. Ze zien er vaak ongeproportioneerd uit en hebben soms korte benen. De wol heeft niet de kwaliteit van alpacawol.
Een kruising tussen de twee kleinsten, een alpaca en een vicugna, heet een 'paco vicugna'.
Dit zijn dieren met een tussenliggend formaat, kleur en bouw. De wol heeft de vicugna kwaliteit maar groeit langzamer dan alpacawol. Het is niet zo eenvoudig om een vicugna te kruisen met een van de andere lama-achtigen. Een vicugnahengst zal van kleins af aan met b.v. een alpaca of lama moeten zijn opgegroeid, wil hij dekken
Helaas erven hun nakomelingen het wilde temperament van de vicugna waardoor het meestal moeilijk te hanteren of gevaarlijke dieren worden. Toch worden er nog steeds pogingen gedaan om een vriendelijk alpacatype te fokken met wol van gewilde vicugnakwaliteit.
Meer info op www.vicunaregistry.com.
Kruisingen tussen de grootste en de kleinste, lama en de vicugna.
Ook dit zijn dieren met een tussenliggend formaat, kleur en bouw.
De wolkwaliteit is die van de vicugna en ze produceren zelfs twee keer zoveel van deze prachtige wol. De dieren blijven echter moeilijk te hanteren en de mannetjes hebben zelfs een gevaarlijk karakter.
Gedrag
Geluid
Tijdens vechten: luid gekrijs.
Bij dreiging: een alarmroep die klinkt als 'spottend lachen', ditzelfde geluid hoort bij het paringsritueel. Tijdens de paring maakt de hengst een gorgelend geluid.
Dagelijkse communicatie: hummen.
Ga voor het beluisteren van de verschillende geluiden naar de site van Cathy Spalding .
Herkauwen
De alpaca maakt tijdens het herkauwen gebruik van een tweezijdige kaakbeweging. De kaken schuiven van links over het midden van de bek naar rechts en weer terug.
Een koe of een hert herkauwt door de kaken van een kant naar het centrum in de bek te bewegen.
Uiterlijke verschillen
alpaca lama
wollig hoofd met kuif glad/plat hoofd
poten hebben wol gladde poten
schofthoogte < 100 cm. schofthoogte > 100 cm.
oren klein en speervormig maanvorm of de toppen vallen om
zachte wol stugge wol
gewicht tot 80 kg groter en zwaarder
Erfelijkheid
Alle kameelachtigen hebben 74 chromosomen of wel 37 paar (een mens heeft 46 chromosomen, dus 23 paar) en elke chromosoom bevat één spriraalvormig gewonden DNA-molecuul. Dit maakt het identificeren van raszuivere dieren op het eerste gezicht niet gemakkelijk. Het is echter wel mogelijk door gel-elektroforese van bloedmonsters (dat is een methode om d.m.v. een electrisch veld de serumeiwitten kwantitatief te bepalen) onderscheid te maken tussen zuivere alpaca's, lama's en hun kruisingsproducten. Hierbij worden 22 vermoedelijke genenloci (dat zijn de plaatsen in het chromosoom die door een bepaald gen worden ingenomen) met elkaar vergeleken. Dit is een tamelijk eenvoudige test die in combinatie met het uiterlijk uitsluitsel kan geven over de herkomst van een dier.
Rol van de genen
Welke eigenschappen we aan een toekomstig veulen willen meegeven hangt af van het vermogen van de ouders om de juiste genen door te geven. Hierbij zijn deskundigen op het gebied van DNA onderzoek onontbeerlijk. Zij verzamelen individuele prestaties en pedigree informatie om dit met elkaar te vergelijken en passen dan een genetische analyse toe. Met de uitkomst van zo'n onderzoek kan een beter fokresultaat verkregen worden. Enkele voorbeelden van erfelijke eigenschappen zijn: vachtkleur, aftekeningen, genetische defecten, blauwe ogen (recessief d.w.z. die komen bij overerving alleen naar voren als er geen dominante eigenschappen tegenoverstaan) en de structuur van de wolvezel.
Pedigree
Onder een pedigree wordt verstaan een dier waarvan de voorouders bekend zijn, kortgezegd één met een stamboom. Pedigree zegt iets over de eigenschappen van een dier zoals: vachtkleur, dicht- en fijnheid van de wol, de wol- en melkproductie, de ziektes, het karakter en temperament alsmede de (bewezen) productiviteit. Onder dat laatste wordt verstaan de mate waarin het dier in staat is goede nazaten te produceren.
Bloedlijn
Hieronder verstaan men niet zozeer de stamboom maar de directe afstammingslijn naar bijvoorbeeld de grootvader. De uitdrukkingen Bloedlijn of Pedigree worden vaak door elkaar gebruikt, en in zeker mate overlappen ze elkaar ook.
Registratie
Om een goede alpaca registratie op te zetten wordt begonnen met een bloedonderzoek. Hiermee moet bewezen kunnen worden dat een dier van de beweerde ouders afstamt. Verder is het chippen van de dieren aan te bevelen. Ook is het aanbevelenswaardig om foto's te verzamelen van voorouders en ook om wolproefjes van voorouders te bewaren.
Het perfecte dier
Om te beoordelen of een dier voldoet aan een zogenaamd ideaalbeeld is kennis noodzakelijk. Ten eerste kun je aan een jong dier niet zien of het uitgroeit tot een 'winner'. Jonge dieren zijn vaak ongeproportioneerd en groeischeuten geven een vertekend beeld. Toch vindt men het vaak leuk een jong dier aan te schaffen. In dat geval zou je naar de ouders van het dier, en zo mogelijk ook naar de grootouders, moeten kunnen kijken om een indruk te krijgen hoe het jong zal uitgroeien.
Verder moet een dier een gezonde indruk geven, helder uit z'n ogen kijken en alert zijn. Om het exterieur te beoordelen is enige kennis omtrent het ideaalbeeld noodzakelijk.
Achter- en voorbenen moeten recht zijn. Bij voorbenen zie je vaak een X-vorm. Door een dikke vacht is de vorm van de voorste benen soms niet goed te zien. Men kan de benen zonodig met water besproeien zodat de vorm beter tot uiting komt. Dat de voorbenen goed staan, is belangrijk omdat 60% van het gewicht daarop rust.
De oren moeten per se klein zijn, de vorm ervan is van minder belang. Kleine bananenoortjes zijn minder erg dan lange puntoren. De snijtanden moeten met het kauwgedeelte goed aansluiten op de bovenkaak. In ontspannen toestand liggen de lippen gesloten om boven- en ondergebit. Wolkwaliteit is zeer belangrijk. De fijnheid en gelijkmatigheid kan worden geanalyseerd.
Meer informatie op www.alpacahof.nl
dinsdag 23 november 2010
vrijdag 12 november 2010
Kerst Creatief Beurzen België 2010
Kerst-creatief beurzen 2010:
•13 & 14 november - Kortrijk-expo
•20 & 21 november - Mechelen-Nekkerhallen
•27 & 28 november - Antwerpen-expo
Kerst Creatief Beurzen België 2010
Kortrijk 13 & 14 november 2010 Mechelen 20 en 21 november 2010
Antwerpen 27 en 28 november 2010
In november vinden de meest sfeerrijke kerstbeurzen van België weer plaats op 3 verschillende locaties; U wilt ze niet missen! Een unieke combinatie van hobbyisten en bedrijven daar rondom heen geeft een breed aanbod aan allerhande denkbare cadeautjes en materialen rondom het Kerstfeest.Van kaarsen tot kerstballen, via lekker hapjes en drankjes, richting schitterende cadeau´s en creativiteit materialen; de paden liggen er al netjes uitgestippeld en bekleed voor u bij op deze sfeervolle evenementen.
Inca Dream is in vol ornaat aanwezig in Mechelen & Antwerpen
Webadres Kerst Creatief Beurzen: www.hobbysalon.be
dinsdag 5 oktober 2010
INCA DREAM - FAIR TRADE PRODUCTEN EN DUURZAMEN MODE
INCA DREAM - FAIR TRADE PRODUCTEN EN DUURZAMEN MODE
INCA DREAM biedt je inspiratie voor een duurzaam leven. Zij doet dit door stijlvolle, handgemaakte woonaccessoires en kleding aan te bieden afkomstig van kleine familiebedrijven en coöperaties in Perú.
Mooie, kwalitatief hoogwaardige producten met een verhaal, dus je weet wat je koopt. De producten zijn ingekocht via de principes van eerlijke handel, fair trade. Dus ook jouw aankoop draagt bij aan een beter bestaan van mensen in Perú
dinsdag 14 september 2010
ZEEUWSE NAZOMERFAIR
vrijdag 27 augustus 2010
Over Inca Dream
Inca Dream, import uit Peru
Het doel van onze bedrijf is het verhogen van de levensstandaard van de lokale bevolking. Dit houdt in dat wij toezicht houden op factoren zoals werkomstandigheden, milieuomstandigheden, kinderarbeid en eerlijke prijs. Tevens hechten wij veel waarde aan capaciteitsversterking van de producent. Om deze reden investeren wij veel in productontwikkeling en voorzien wij onze producenten regelmatig van informatie over de Europese markt. Hierbij heeft het onze voorkeur dat wij niet alleen ondersteuning bieden, maar dat we de capaciteit van de producent zodanig kunnen versterken dat zij zich staande kunnen houden op de (wereld)markt.
Fair, Ambachtelijk, Sociaal, Ecologisch en Biologisch. Wij bieden sier- en gebruiksproducten aan die Fair zijn ingekocht en voldoen aan 1 of meer van de andere genoemde kenmerken.
Fair, Ambachtelijk, Sociaal, Ecologisch en Biologisch. Inca Dream streeft ernaar maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Dit komt tot uiting in haar producten door ze te laten voldoen aan de 5 kenmerken. Daarnaast streeft de organisatie naar respect voor en continuïteit en transparantie naar alle betrokken partijen.
zaterdag 24 juli 2010
vrijdag 23 juli 2010
INCA DREAM VAKANTIE JUNI 2010
Zoals ieder jaar ging de Inca Dream team samen op vakantie naar Cuzco. .... We also join the Inca Trek, this is a 4 days hiking tour through the High Andes .het verhaal wel superleuk!
Day 1
Total Distance: 10 to 11 kilometers
Arrive by train from Cusco, getting off at Km. 88, or by bus at Km. 82. From the station, cross the footbridge spanning the Río Urubamba and begin the gentle ascent up to the Inca ruins of Llactapata, where Bingham and his team first camped on their way to Machu Picchu. The trail then slopes upwards, following the Río Cusichaca, until it reaches Huayllabamba. To reach this small village, the only one along the trail that is still inhabited, it's about a two to three-hour climb. This is a good place to hire horses or mules, if you're so inclined. Most groups spend the night here, in preparation for the arduous journey up to the aptly named Dead Woman's Pass.
Day 2
Total Distance: 11 kilometers
Although equal to the first day in terms of distance, Day 2 is perhaps the most difficult day of the trip. From Huayllabamba, you're in for a steep, one-hour climb to the ruins of Llullucharoc (3,800 meters). Catch your breath and prepare for another 90-minute to 2-hour steep climb through the cloud forest to Llulluchapampa, an isolated village situated in a flat mountain meadow. Spectacular views of the valley below will keep your mind off the steep ascent.
From Llulluchapampa make your way up the quad-killing climb towards Abra de Huarmihuañusca (Dead Woman's Pass), the first pass and highest point of the trek (4,200 meters). The 2 ½ hour climb is a mental and physical challenge, subjecting trekkers to a killer sun on the way up, and thin air and bitterly cold winds at the summit. Don't be surprised if snow or freezing rain greets you at the summit. Inevitably, however, the mind-blowing views will distract you from the body-numbing cold and physically demanding ascent. Do make sure that you shelter yourself from the wind while you check out the valley below.
Between Huayllamba and Huarmihuañusca there are three places to camp, if you're in need of a rest. The most popular among these is Three White Stones. From the summit the trail descends sharply via stone steps into Pacamayo Valley (3,600 meters). This area also offers excellent camping, and if you're lucky, you can catch a glimpse of the ever-playful spectacled bears.
Day 3
Total Distance: 15 kilometers
About an hour's trek towards the next pass, Abra de Runkuracay, you'll come across the intriguing ruins of Runcuracay. The name means "basket shaped" and is an appropriate title for the circular ruins unique among those on the trail. From the ruins it's about a 45-minute to one-hour steep climb to the second pass (3,900 meters). Just over the summit is another camp site, where you'll encounter magnificent views of the Vilcabamba mountain range. Follow the trail through a naturally formed tunnel and up a spectacular stone staircase to the ruins of Sayacmarca (3,500 meters). These beautiful ruins include ritual baths and terrace viewpoints overlooking the Aobamba Valley. It is believed that this tranquil area was once a resting spot for ancient travelers traversing the Inca Trail. You can camp near the remains of an aqueduct that once supplied water to the ancient settlement.
From Sayacmarca the trail descends via a remarkably well-preserved Inca footpath into thick cloud forest where you'll be astounded by exotic flora like orchids and bromeliads, and unique bird species. The trail winds its way towards Conchamarca, another rest stop for the weary. Pass through another Inca tunnel and follow the path up a gentle two-hour climb towards the third pass and the ruins of Phuyupatamarca (3,800 meters). This section of trail, whose name translates to "Town Above the Clouds," offers spectacular views of the Urubamba valley in one direction and in the other a grand view of the snow-covered peaks of Salcantay (Wild Mountain). The ruins include six small baths that, during the wet season, are teeming with constantly running fresh water.
There is an excellent place to camp here, where you may even catch a glimpse of wild deer feeding. Also, keep an eye out for the massive backside of Machu Picchu peak. From the ruins the trail forks and you have two options. Follow the knee-buckling 2,250 step stone staircase to the terraces of Intipata, or head towards the stunning ruins of Wiñay Wayna. Only discovered in 1941, the ruins of this ancient citadel, named "Forever Young," for the perpetually blossoming orchids that flourish here, include spectacular stone agricultural terraces and ritual baths. A nearby hostel offers weary wonderers hot showers, food and the well-deserved beer. Be aware, however, that during peak season this hostel area can appear more like a tourist circus than peaceful mountain retreat.
Day 4
Total Distance: 7 kilometers
The final leg of this journey is all about getting to Intipunku (Sun Gate) and Machu Picchu. Be prepared for an early rise, as most groups depart camp at 4 a.m. to arrive at the ruins by 6:30 a.m. This climatic journey involves a 60 to 90-minute trek along narrow Inca stone paths, and a final push up a 50-step, nearly vertical climb to the ruins of Intipunku. The descent to Machu Picchu takes about 45 minutes. Upon reaching the ruins, trekkers must deposit their packs at the entrance gate and get their entrance passes stamped. From here you can bask in the glory of having completed the rugged journey to one of the world's greatest attractions.
Day 1
Total Distance: 10 to 11 kilometers
Arrive by train from Cusco, getting off at Km. 88, or by bus at Km. 82. From the station, cross the footbridge spanning the Río Urubamba and begin the gentle ascent up to the Inca ruins of Llactapata, where Bingham and his team first camped on their way to Machu Picchu. The trail then slopes upwards, following the Río Cusichaca, until it reaches Huayllabamba. To reach this small village, the only one along the trail that is still inhabited, it's about a two to three-hour climb. This is a good place to hire horses or mules, if you're so inclined. Most groups spend the night here, in preparation for the arduous journey up to the aptly named Dead Woman's Pass.
Day 2
Total Distance: 11 kilometers
Although equal to the first day in terms of distance, Day 2 is perhaps the most difficult day of the trip. From Huayllabamba, you're in for a steep, one-hour climb to the ruins of Llullucharoc (3,800 meters). Catch your breath and prepare for another 90-minute to 2-hour steep climb through the cloud forest to Llulluchapampa, an isolated village situated in a flat mountain meadow. Spectacular views of the valley below will keep your mind off the steep ascent.
From Llulluchapampa make your way up the quad-killing climb towards Abra de Huarmihuañusca (Dead Woman's Pass), the first pass and highest point of the trek (4,200 meters). The 2 ½ hour climb is a mental and physical challenge, subjecting trekkers to a killer sun on the way up, and thin air and bitterly cold winds at the summit. Don't be surprised if snow or freezing rain greets you at the summit. Inevitably, however, the mind-blowing views will distract you from the body-numbing cold and physically demanding ascent. Do make sure that you shelter yourself from the wind while you check out the valley below.
Between Huayllamba and Huarmihuañusca there are three places to camp, if you're in need of a rest. The most popular among these is Three White Stones. From the summit the trail descends sharply via stone steps into Pacamayo Valley (3,600 meters). This area also offers excellent camping, and if you're lucky, you can catch a glimpse of the ever-playful spectacled bears.
Day 3
Total Distance: 15 kilometers
About an hour's trek towards the next pass, Abra de Runkuracay, you'll come across the intriguing ruins of Runcuracay. The name means "basket shaped" and is an appropriate title for the circular ruins unique among those on the trail. From the ruins it's about a 45-minute to one-hour steep climb to the second pass (3,900 meters). Just over the summit is another camp site, where you'll encounter magnificent views of the Vilcabamba mountain range. Follow the trail through a naturally formed tunnel and up a spectacular stone staircase to the ruins of Sayacmarca (3,500 meters). These beautiful ruins include ritual baths and terrace viewpoints overlooking the Aobamba Valley. It is believed that this tranquil area was once a resting spot for ancient travelers traversing the Inca Trail. You can camp near the remains of an aqueduct that once supplied water to the ancient settlement.
From Sayacmarca the trail descends via a remarkably well-preserved Inca footpath into thick cloud forest where you'll be astounded by exotic flora like orchids and bromeliads, and unique bird species. The trail winds its way towards Conchamarca, another rest stop for the weary. Pass through another Inca tunnel and follow the path up a gentle two-hour climb towards the third pass and the ruins of Phuyupatamarca (3,800 meters). This section of trail, whose name translates to "Town Above the Clouds," offers spectacular views of the Urubamba valley in one direction and in the other a grand view of the snow-covered peaks of Salcantay (Wild Mountain). The ruins include six small baths that, during the wet season, are teeming with constantly running fresh water.
There is an excellent place to camp here, where you may even catch a glimpse of wild deer feeding. Also, keep an eye out for the massive backside of Machu Picchu peak. From the ruins the trail forks and you have two options. Follow the knee-buckling 2,250 step stone staircase to the terraces of Intipata, or head towards the stunning ruins of Wiñay Wayna. Only discovered in 1941, the ruins of this ancient citadel, named "Forever Young," for the perpetually blossoming orchids that flourish here, include spectacular stone agricultural terraces and ritual baths. A nearby hostel offers weary wonderers hot showers, food and the well-deserved beer. Be aware, however, that during peak season this hostel area can appear more like a tourist circus than peaceful mountain retreat.
Day 4
Total Distance: 7 kilometers
The final leg of this journey is all about getting to Intipunku (Sun Gate) and Machu Picchu. Be prepared for an early rise, as most groups depart camp at 4 a.m. to arrive at the ruins by 6:30 a.m. This climatic journey involves a 60 to 90-minute trek along narrow Inca stone paths, and a final push up a 50-step, nearly vertical climb to the ruins of Intipunku. The descent to Machu Picchu takes about 45 minutes. Upon reaching the ruins, trekkers must deposit their packs at the entrance gate and get their entrance passes stamped. From here you can bask in the glory of having completed the rugged journey to one of the world's greatest attractions.
Abonneren op:
Posts (Atom)







